Verzoek voorlopige voorziening opheffing schorsing; HBO

Publicatiedatum:

Commissie: Voormalige Commissie van Beroep PO, VO, BVE en HBO (tot 1 jan. 2017)

Zaaknummer: 104927

Download uitspraak (158,4 KB)

Open met leeshulp

Samenvatting

Werkneemster heeft beroep ingesteld tegen de mededeling van de werkgever dat zij in het kader van een reorganisatie volledig van haar taken als onderwijsmanager is ontheven. Zij beschouwt dit als een schorsing en verzoekt tot het treffen van een voorlopige voorziening, inhoudende opheffing van deze schorsing en wedertewerkstelling. De werkgever voert aan dat er geen sprake is van een schorsing maar van ontheffing uit de functie in verband met reorganisatie. Het beroep is gericht tegen een besluit tot schorsing en zodoende ontvankelijk. De schorsing is voor onbepaalde tijd opgelegd. De werkgever heeft verzuimd de procedurevoorschriften van artikel P-2 CAO-HBO te volgen. De werkneemster is niet op de voorgeschreven wijze in de gelegenheid gesteld zich tegen de opgelegde schorsing te verweren. Daarom kan met voldoende mate van waarschijnlijkheid worden gezegd dat de Commissie het beroep in de bodemprocedure gegrond zal verklaren. Van zwaarwegende omstandigheden die aan een terugkeer van de werkneemster in haar functie in de weg zouden staan is niet gebleken. De Voorzitter schorst de beslissing en bepaalt dat de werkgever werkneemster dient toe te laten tot de overeengekomen werkzaamheden tot het moment dat de Commissie van Beroep uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak. Verzoek toegewezen.

Trefwoorden

schorsing werknemer als ordemaatregel, voorlopige voorziening

Bezoekadres

Gebouw Woudstede
Zwarte Woud 2
3524 SJ Utrecht
Route

Volg ons
Contact
Inschrijven nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van de laatste uitspraken en adviezen van de commissies van Onderwijsgeschillen

Trefwoorden

schorsing werknemer als ordemaatregel, voorlopige voorziening