Verzoek voorlopige voorziening tot opheffing van de schorsing en wedertewerkstelling afgewezen. De Voorzitter ziet daartoe onvoldoende aanleiding.
Samenvatting
Situatie
De werkgever ontvangt diverse signalen van het team over het functioneren van de werknemer. Om deze signalen te onderzoeken en om in gesprek te komen met de werknemer, schorst de werkgever de werknemer in het belang van de instelling voor maximaal 4 weken. De werknemer herkent zich niet in de klachten en verzoekt de Voorzitter om weer te worden toegelaten tot zijn werkzaamheden.
Uitspraak van de Voorzitter
De gevraagde voorziening wordt afgewezen.
Toelichting
De werknemer herkent zich niet in het over hem door het team geschetste beeld en partijen zijn er, ondanks dat zij de intentie om tot een oplossing te komen hebben uitgesproken, nog niet in geslaagd om nadere afspraken te maken over hoe het traject moet worden vormgegeven om de ontstane problemen te bespreken en naar een oplossing toe te werken. Hierdoor is een patstelling ontstaan. In deze situatie is het treffen van de gevraagde voorziening niet wenselijk. Een terugkeer van de werknemer op de werkvloer zou kunnen leiden tot een verdere aanscherping van het conflict. De belangen van de werkgever, het welzijn en de veiligheid van het team en het voorkomen van onrust bij ouders, gaan boven het belang van de werknemer om zijn werkzaamheden weer te kunnen hervatten. Het verzoek wordt daarom afgewezen.
Trefwoorden
schorsing werknemer als ordemaatregel, voorlopige voorziening
Organisatie
Zaakbehandeling
Contact
Inschrijven nieuwsbrief
Blijf op de hoogte van de laatste uitspraken en adviezen van de commissies van Onderwijsgeschillen
Trefwoorden
schorsing werknemer als ordemaatregel, voorlopige voorziening