Verzoek voorlopige voorziening tot opheffing van de schorsing en wedertewerkstelling afgewezen. De werknemer heeft geen spoedeisend belang bij de voorziening.
Samenvatting
Situatie
Bij de werkgever komen klachten binnen over de werknemer waarbij hij op paarse vrijdag onder andere heeft gezegd dat leerlingen die tot de LHBTQIA+ gemeenschap behoren een psychische ziekte hebben, en hij heeft spuugbewegingen gemaakt naar de paarse vlag. Ook heeft hij zich, daarbij beroepend op zijn geloof, zeer negatief en diskwalificerend uitgelaten over mensen met een andere geaardheid.
De werkgever heeft hierover met de werknemer gesproken, maar er is geen oplossing bereikt. Hierop schorst de werkgever de werknemer; eerst voor vier weken en vervolgens voor twee maanden. De werknemer verzoekt opheffing van de schorsing en wedertewerkstelling.
Uitspraak van de Voorzitter
De gevraagde voorziening wordt afgewezen.
Toelichting
De schorsing loopt al langer terwijl de werknemer pas in een laat stadium de voorziening heeft gevraagd. Verder zou de voorziening maar voor vier dagen gelden, omdat dan een volgende schorsing, in verband met een door de werkgever ingediend verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst van de werknemer, zou intreden. De Voorzitter is van oordeel dat onder deze omstandigheden de werknemer geen spoedeisend belang bij de voorziening heeft.
Trefwoorden
schorsing werknemer als ordemaatregel, voorlopige voorziening
Organisatie
Zaakbehandeling
Contact
Inschrijven nieuwsbrief
Blijf op de hoogte van de laatste uitspraken en adviezen van de commissies van Onderwijsgeschillen
Trefwoorden
schorsing werknemer als ordemaatregel, voorlopige voorziening