Verzoek voorlopige voorziening tot opschorting ontslag wegens arbeidsongeschiktheid afgewezen.
Samenvatting
Situatie
Een docente wordt m.i.v. 1 augustus 2015 ontslagen wegens blijvende arbeidsongeschiktheid. Zij stelt bij de Commissie beroep in omdat een te korte opzegtermijn is gehanteerd. Zij vraagt de Voorzitter van de Commissie een voorlopige voorziening te treffen inhoudende opschorting van het ontslag en voortzetting van haar re-integratie. De werkgever heeft de opzegtermijn verlengd tot 1 november 2015.
Uitspraak Voorzitter
Het verzoek wordt afgewezen, omdat gegrondbevinding van het beroep vanwege een onjuiste opzegtermijn er niet toe leidt dat de werkneemster ná ingangsdatum ontslag in dienst is van de werkgever.
Toelichting
De werkgever heeft toegegeven dat de opzegtermijn niet klopte en heeft deze hersteld. Ook heeft de werkgever toegezegd tot die datum alle verplichtingen na te zullen komen. Als de werkgever niet de juiste opzegtermijn hanteert leidt dat niet tot nietigheid of vernietigbaarheid van de opzegging. Hooguit moet de werkgever dan schadevergoeding betalen. Ook hoeft de arbeidsovereenkomst niet opnieuw te worden opgezegd. De Voorzitter is van oordeel dat de docente geen (spoedeisend) belang (meer) heeft bij het treffen van een voorlopige voorziening.
Trefwoorden
ontslag wegens arbeidsongeschiktheid, voorlopige voorziening
Organisatie
Zaakbehandeling
Contact
Inschrijven nieuwsbrief
Blijf op de hoogte van de laatste uitspraken en adviezen van de commissies van Onderwijsgeschillen
Trefwoorden
ontslag wegens arbeidsongeschiktheid, voorlopige voorziening