Verzoek voorlopige voorziening; VO
Samenvatting
Werknemer was medewerker facilitair- en gebouwenbeheer. Die functie is in het schooljaar 2004-2005 in het rddf geplaatst. Als uitvloeisel hiervan is de werknemer in de functie van leraar geplaatst. Nadat hij in deze functie ziek geworden was, is hij weer in zijn oorspronkelijke functie teruggeplaatst. Vervolgens heeft de werkgever hem uit die functie ontslagen wegens opheffing van de functie. De werknemer verzoekt de Voorzitter het ontslag nietig te verklaren dan wel een voorziening te treffen die hij zal menen behoren te treffen. De werknemer stelt dat hij inmiddels de functie van leraar heeft gekregen en niet zomaar kan worden teruggeplaatst in zijn oude functie. Hij stelt dat de werkgever hem in het kader van reïntegratie een passende functie dient aan te bieden. Als terugplaatsing wel mogelijk was, dan had volgens de werknemer op grond van de CAO-VO voor het ontslag een sociaal plan voorhanden moeten zijn. De Voorzitter concludeert dat geen sprake is van spoedeisend belang. De werknemer kan aanspraak maken op een uitkering na ontslag en gesteld noch gebleken is dat deze uitkering zo laag is dat de werknemer in financiële problemen zou komen. Ten overvloede oordeelt de Voorzitter dat niet in te zien valt waarom handhaving van de werknemer in de functie die in het rddf is geplaatst niet zou kunnen. Met betrekking tot een sociaal plan overweegt de voorzitter dat de werkgever heeft aangegeven dat voldoende overleg met de vakorganisaties heeft plaatsgevonden. Aldus ontbreekt spoedeisend belang en kan bovendien niet met voldoende mate van waarschijnlijkheid worden aangenomen dat de Commissie het beroep in de bodemprocedure gegrond zal verklaren.
Voorlopige voorziening geweigerd.
Trefwoorden
voorlopige voorziening
Organisatie
Zaakbehandeling
Contact
Inschrijven nieuwsbrief
Blijf op de hoogte van de laatste uitspraken en adviezen van de commissies van Onderwijsgeschillen
Trefwoorden
voorlopige voorziening