Nieuws
KBMH behandelt geen klacht die al beoordeeld is

Een werknemer van een instelling is door de Voorzitter van de Klachten- en bezwarencommissie mbo en ho (KBMH) niet-ontvankelijk verklaard in haar klacht over onjuiste klachtbehandeling door de interne klachtencommissie van diezelfde instelling. De Commissie behandelt geen klacht die al door een andere onafhankelijke klachtencommissie is beoordeeld.
Situatie
Een medewerker van een instelling krijgt een nieuwe teamleider. Vervolgens krijgt zij, voor haar onverwachts, voor het eerst in haar loopbaan op de instelling een onvoldoende voor haar functioneren. De medewerker vraagt om toelichting en voelt zich gepest door de teamleider.
Op 14 juni 2025 heeft de medewerker een klacht ingediend bij de instelling. De werknemer is het niet eens met de onvoldoende beoordeling van haar functioneren. Zij stelt dat de beoordeling inhoudelijk niet klopt en onzorgvuldig tot stand is gekomen.
De klacht is behandeld door de interne klachtencommissie van de instelling, die op 15 september 2025 advies heeft uitgebracht aan de instelling. De instelling heeft het advies van de interne klachtencommissie overgenomen.
De werknemer vindt dat de interne klachtencommissie haar klacht onvolledig heeft beoordeeld en dient een klacht in bij de KBMH.
De KBMH stuurt de klacht naar de toegankelijke faciliteit (het klachtloket) van de instelling, omdat enkel een instelling een klacht kan indienen bij de KBMH. De instelling stuurt de klacht van de medewerker op 2 maart 2026 door naar de KBMH.
De Voorzitter van de KBMH oordeelt op 25 maart 2026 dat de werknemer niet-ontvankelijk is in haar klacht.
De instelling stuurt vervolgens op 2 april 2026 de klacht van de medewerker nogmaals door aan de KBMH, maar dit leidt niet tot een andere voorzittersbeslissing.
Beslissing van de Voorzitter
De KBMH is niet bevoegd om te oordelen over de juridische rechtmatigheid van het functioneren van de werknemer. Wel kan de KBMH beoordelen of de handelwijze en communicatie rondom de totstandkoming van de beoordeling over het functioneren zorgvuldig is geweest.
De KBMH beoordeelt echter geen klachten die al zijn behandeld door een andere klachtencommissie, die voldoet aan de wettelijke eisen voor een zorgvuldige klachtbehandeling. Zo dient de klachtencommissie te bestaan uit ten minste drie leden die geen deel uitmaken van een bevoegd gezag, waaronder een voorzitter die niet werkzaam is voor of bij het bevoegd gezag.[1]
De interne klachtencommissie van de instelling voldoet aan deze eisen.
De klacht die de medewerkster heeft ingediend bij de KBMH gaat over dezelfde feiten als de klacht die zij heeft voorgelegd aan de interne klachtencommissie van de instelling. De interne klachtencommissie heeft de medewerkster hierover gehoord en een oordeel gegeven. De KBMH kan de klacht daarom niet nogmaals inhoudelijk behandelen. Dat de werknemer het oordeel van de interne klachtencommissie niet deelt en vindt dat een onderdeel van haar klacht onzorgvuldig is behandeld, maakt dat niet anders.
De KBMH heeft namelijk geen rol in het beoordelen van de kwaliteit van het handelen van een andere onafhankelijke klachtencommissie. Als dat wel het geval was, zou er feitelijk sprake zijn van een beroep tegen het oordeel van de klachtencommissie van de instelling. Die beroepsprocedure kent het klachtrecht niet.
[1] Artikel 7.5.2. lid 3 WEB.
Gerelateerd
Commissie
Dit is een paragraaf!
Vond u deze informatie nuttig?
Organisatie
Zaakbehandeling
Contact
Inschrijven nieuwsbrief
Blijf op de hoogte van de laatste uitspraken en adviezen van de commissies van Onderwijsgeschillen