Nieuws
Ondernemingskamer deelt conclusies Landelijke Commissie voor Geschillen WMS

De Ondernemingskamer verklaart het beroep tegen de uitspraak van de Landelijke Commissie voor Geschillen WMS ongegrond. Hij oordeelt, net als de LCG WMS, dat de medezeggenschapsraad geen adviesrecht heeft bij de intrekking van een bezwaarschrift door het bevoegd gezag en voldoende is geïnformeerd door het bevoegd gezag.
Op 2 april 2025 deed de Landelijke Commissie voor Geschillen WMS (LCG WMS) uitspraak in een adviesgeschil over het intrekken van een proforma bezwaarschrift door het bevoegd gezag en een nalevingsgeschil over de informatieplicht (zaaknummer 90620). Het bevoegd gezag had de gemeente gevraagd om, vanwege ruimtegebrek, extra units naast de school te plaatsen. De gemeente heeft dit verzoek afgewezen. Het bevoegd gezag heeft daartegen een proforma bezwaarschrift ingediend, maar heeft dit bezwaarschrift enkele maanden later weer ingetrokken. De medezeggenschapsraad (MR) vindt dat hem om advies gevraagd had moeten worden over het intrekken van het bezwaarschrift. Daarnaast vindt de MR dat het bevoegd gezag niet voldoet aan de informatieplicht en meer informatie moet delen met de MR.
Uitspraak LCG WMS
Het besluit om het proforma bezwaar in te trekken, is naar het oordeel van de LCG WMS geen besluit over de vaststelling of wijziging van beleid met betrekking tot de organisatie van de school of een besluit over nieuwbouw of belangrijke verbouwing. De LCG WMS oordeelde verder dat de informatie waar de MR in de procedure om heeft verzocht inmiddels was verstrekt. Er was geen schriftelijk advies van deskundigen over het al dan niet intrekken van het bezwaarschrift, zodat dit niet kon worden verstrekt. Er was verder niet gesteld of gebleken dat de MR nog informatie miste. Het verzoek was, vanwege het ontbreken van een actueel belang, dan ook niet-ontvankelijk.
Oordeel Ondernemingskamer
Tegen de uitspraak van de LCG WMS is beroep ingesteld bij de Ondernemingskamer. De Ondernemingskamer verklaarde het beroep op 2 oktober 2025 ongegrond.
De Ondernemingskamer overwoog dat hij, net als de LCG WMS, van oordeel is dat het besluit van het bevoegd gezag om het proforma bezwaar in te trekken niet een besluit is met betrekking tot vaststelling of wijziging van het beleid met betrekking tot de organisatie van de school of een besluit met betrekking tot nieuwbouw of belangrijke verbouwing van de school. Het besluit om het proforma bezwaar in te trekken, was gebaseerd op een inschatting van de juridische haalbaarheid van een bezwaarprocedure en niet op een gewijzigd standpunt ten aanzien van de wenselijkheid om de uitbreiding van de school te realiseren binnen de bestaande school. De LCG WMS heeft naar het oordeel van de Ondernemingskamer dan ook terecht geoordeeld dat de MR geen adviesrecht toekomt ter zake van het besluit van het bevoegd gezag om het proforma bezwaar in te trekken.
De Ondernemingskamer deelt ook het oordeel van de LCG WMS dat aan de MR voldoende informatie is verschaft.
Gerelateerd
Meer informatie
Commissies
Vond u deze informatie nuttig?
Organisatie
Zaakbehandeling
Contact
Inschrijven nieuwsbrief
Blijf op de hoogte van de laatste uitspraken en adviezen van de commissies van Onderwijsgeschillen