Nieuws
Uitspraak Commissie voor Geschillen CAO-MBO over wijziging dienstjaren

De Commissie voor Geschillen CAO-MBO heeft op 4 februari 2026 geoordeeld dat een werkgever de cao mbo onjuist heeft toegepast bij het wijzigen van de werkdagen en werktijden van een facilitair medewerker. De werknemer verzette zich tegen de wijziging en legde het geschil voor aan de Commissie.
Wat was de situatie
De werknemer is werkzaam als facilitair medewerker en werkt al langere tijd vier dagen per week negen uur per dag, met de vrijdag als vrije dag. Naar aanleiding van een nieuw inrichtingsplan is de werkgever een project gestart om de inzet en formatie van facilitaire medewerkers te optimaliseren. Het managementteam heeft de projectadviezen overgenomen, waaronder het uitgangspunt dat facilitaire medewerkers uitsluitend dagdiensten draaien.
De werkgever heeft de werknemer vervolgens meegedeeld dat nieuwe dienstlijnen van acht uur per dag zouden gaan gelden, ook voor hem. Dat betekende dat hij voortaan op vrijdagochtend zou moeten werken.
De werknemer heeft tegen dit besluit bezwaar aangetekend bij de interne geschillencommissie, die het bezwaar gegrond heeft verklaard. De werkgever heeft het advies niet opgevolgd, waarna de werknemer zich tot de Commissie heeft gewend.
Beoordeling door de Commissie
De Commissie voor Geschillen CAO-MBO oordeelt dat de werkgever de cao mbo onjuist heeft toegepast bij het wijzigen van de werkdagen en werktijden van de werknemer.
Toelichting
Geen besluit over achturige werkdagen
De werkgever heeft niet met stukken kunnen aantonen dat het managementteam een besluit heeft genomen waarin een maximale werkdag van acht uur is vastgelegd. Volgens de werkgever geldt een achturige werkdag als norm en is dit daarom niet expliciet opgenomen in de besluitvorming. De Commissie volgt dit niet. Gebleken is dat naast de werknemer nog twee collega’s negenurige werkdagen hadden en dat de cao mbo op meerdere plaatsen ruimte biedt voor werkdagen van negen uur. Uit niets blijkt dat een achturige werkdag als vanzelfsprekende norm geldt. Een dergelijk uitgangspunt had dan ook expliciet moeten worden vastgelegd. Dit betekent dat de werkgever de cao mbo niet juist heeft toegepast door de werkdagen van de werknemer te wijzigen.
Ook inhoudelijk geen redelijke grond voor wijziging
Zelfs als er wél een besluit over achturige werkdagen zou zijn genomen, acht de Commissie de wijziging niet redelijk. De werkgever heeft niet aannemelijk gemaakt dat het organisatiebelang wordt geschaad doordat de werknemer op vrijdag niet inzetbaar is. Het argument dat er na acht uur geen werkzaamheden meer voorhanden zijn, overtuigt de Commissie niet: er bestaan verschillende dienstlijnen met uiteenlopende begin- en eindtijden, waaruit blijkt dat er tussen 7.30 en 17.00 uur werkzaamheden kunnen worden verricht.
Ook ziet de Commissie geen verband tussen het openen en sluiten van gebouwen door beveiligers en de mogelijkheid voor medewerkers om negenurige diensten te draaien. Verder merkt de Commissie op dat een werknemer niet minder uren werkt wanneer hij vier keer negen uur werkt in plaats van vier keer acht uur plus een halve dag. Het idee dat er uren ‘wegvallen’ bij een negenurige werkdag ziet de Commissie niet.
Tot slot vindt de Commissie dat het beroep van de werkgever op duurzame inzetbaarheid onvoldoende is onderbouwd. Voor sommige werknemers kan een langere werkdag juist bijdragen aan duurzame inzetbaarheid, bijvoorbeeld doordat een volledige vrije dag ontstaat.
Gerelateerd
Meer informatie
Commissies
Organisatie
Zaakbehandeling
Contact
Inschrijven nieuwsbrief
Blijf op de hoogte van de laatste uitspraken en adviezen van de commissies van Onderwijsgeschillen