Nieuws
Uitspraken over verwijdering uit het speciaal onderwijs, zonder dat voor de leerling een andere school is gevonden

Twee 13-jarige leerlingen zijn verwijderd, elk van hun eigen school voor speciaal onderwijs. De scholen waren gelegen in verschillende regio’s. De wet eist bij verwijdering van een ingeschreven leerling dat een andere school bereid is de leerling in te schrijven. Maar voor deze leerlingen waren geen andere scholen gevonden. De Geschillencommissie passend onderwijs boog zich nadrukkelijk over dit onderdeel van de zorgplicht.
Wat was de situatie?
Om tot speciaal onderwijs te worden toegelaten is een toelaatbaarheidsverklaring (tlv) vereist. Het samenwerkingsverband besluit of een tlv voor een leerling wordt toegekend. Bij de ene leerling was de geldigheid van zijn tlv afgelopen en een nieuwe nodig voor toelating tot het voortgezet speciaal onderwijs. De school vroeg geen nieuwe tlv meer aan bij het samenwerkingsverband, omdat de leerling, zo vond de school, niet meer leerbaar was.
Bij de andere leerling was de tlv voor het speciaal onderwijs (tlv-so) nog twee jaar geldig. De school van die leerling gaf aan dat zij, ondanks diverse aanpassingen in de ondersteuning, de leerling niet langer kon begeleiden. Andere scholen voor speciaal onderwijs in de regio hadden in reactie op zijn aanmelding, besloten dat zij de leerling geen passend onderwijs konden bieden.
Toetsing van de verwijdering
Beide kwesties leidden tot een haast identieke beoordeling. Daarbij merkte de Commissie op dat het aflopen en niet opnieuw aanvragen van een tlv in praktische zin leidt tot verwijdering van de school. Een leerling verwijderen terwijl geen andere school voor hem beschikbaar is, vormt een ernstige inbreuk op het recht op onderwijs. Zo’n beslissing toetst de Commissie intensief.
De Commissie trekt een parallel met de Leerplichtwet 1969. Volgens die wet kunnen ouders om vrijstelling van Leerplicht vragen wegens lichamelijke of psychische redenen van hun kind. Dan is een actuele en onafhankelijke verklaring vereist van een academisch gevormde pedagoog, arts of psycholoog. Deze mag niet bij de begeleiding van de leerling betrokken zijn en de verklaring mag niet ouder zijn dan drie maanden.
De Commissie stelt in de situatie van beide leerlingen, dat er een actueel, onafhankelijk, deskundig gevalideerd beeld over de onderwijs(on)mogelijkheden moet zijn, voordat een verwijderingsbeslissing genomen kan worden. De Commissie wijst erop dat aan het samenwerkingsverband, gezien haar wettelijke taak, een dergelijk deskundigenoordeel kan worden gevraagd.
De verwijderingsbeslissing dient verder te rusten op de verifieerbare zienswijze van de afdeling Leerplicht en die van de Inspecteur Speciaal Onderwijs. Verder dient te zijn nagegaan of de leerling in de regio elders passend onderwijs kan worden geboden.
Het hiervoor genoemde totaalbeeld ontbreekt in beide gevallen. In zoverre is het verzoekschrift gegrond. Omdat schoolparticipatie bij beide leerlingen een ernstige inbreuk op hun welbevinden veroorzaakt en er daarmee een hulpvraag bestaat die onderwijsondersteuning overtreft, adviseert de Commissie niet om de leerlingen weer toe te laten.
Gerelateerd
Meer informatie
Vond u deze informatie nuttig?
Organisatie
Zaakbehandeling
Contact
Inschrijven nieuwsbrief
Blijf op de hoogte van de laatste uitspraken en adviezen van de commissies van Onderwijsgeschillen