Commissie van beroep mbo
Introductie
Wanneer een werknemer in het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) het niet eens is met een bepaald besluit van de werkgever, kan de werknemer beroep instellen tegen dit besluit. Dit moet de werknemer binnen 6 weken nadat hij dit besluit heeft ontvangen doen.
Werknemers in het mbo kunnen alleen terecht bij de Commissie van beroep mbo als de instelling is aangesloten bij deze Commissie. Deze informatie is bekend bij de instelling.
De werknemer kan (op basis van artikel 12.2 lid 2 cao mbo) beroep instellen bij de Commissie als het besluit van de werkgever gaat over:
- een disciplinaire maatregel, met uitzondering van ontslag;
- een schorsing als ordemaatregel;
- een directe of indirecte onthouding van bevordering;
- het niet toekennen van het verzoek van de werknemer tot vermindering van de omvang van de betrekking op de grond van de Wet flexibel werken;
- een besluit tot wijziging van de standplaats.
1. Zaak indienen
De werknemer stelt beroep in door het online indienen van een zaak. De werknemer doet dit binnen 6 weken nadat hij het besluit van de werkgever heeft ontvangen. De werknemer levert documenten aan die nodig zijn voor de beoordeling van het beroep. Deze documenten zijn:
- de beslissing van de werkgever waartegen het beroep wordt ingesteld;
- de gronden van het beroep: de werknemer onderbouwt waarom hij het niet eens is met het besluit;
- de arbeidsovereenkomst;
- overige documenten die volgens de werknemer belangrijk zijn voor de beoordeling van het beroep;
- als het beroep niet op tijd is ingediend, dan moet de werknemer aan geven wat daarvan de reden is en wat hij eraan heeft gedaan om zo snel als mogelijk het beroep in te dienen.
2. Verweer
Nadat het beroep volledig is ingediend, vraagt de Commissie de werkgever om een verweer in te dienen. De werkgever dient dit verweer binnen 4 weken in.
3. Zitting
De Commissie behandelt de zaak op een zitting in Utrecht. Beide partijen lichten hier hun standpunt toe en beantwoorden vragen van de Commissie. Partijen kunnen zich bij de zitting laten bijstaan of vertegenwoordigen door een gemachtigde, maar dat is niet verplicht.
4. Uitspraak
Na de zitting beoordeelt de Commissie het beroep. Beide partijen ontvangen binnen 6 werkweken na de zitting de schriftelijke uitspraak van de Commissie. Hierin staat het oordeel over het beroep en de onderbouwing van dit oordeel. Dit is een bindende uitspraak. Dat betekent dat beide partijen zich aan de uitspraak moeten houden.
Als er een conflict is tussen werkgever en werknemer, kan zowel de werkgever als de werknemer hier ook mediation voor aanvragen. De deelnemers zoeken dan samen naar een oplossing voor het conflict en gaan daarvoor met elkaar in gesprek onder begeleiding van een onafhankelijk en neutraal persoon: de mediator.
Soms wil de werknemer snel weten waar hij aan toe is en kan hij niet wachten tot de definitieve uitspraak van de Commissie. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn als de werknemer is geschorst of (op korte termijn) wordt overgeplaatst.
In dat geval kan de werknemer bij de voorzitter van de Commissie een verzoek indienen voor een voorlopige uitspraak. De werknemer moet hierbij aangeven waarom hij een spoedeisend belang heeft en om welke voorziening hij verzoekt. De uitspraak van de voorzitter is een voorlopige voorziening. Een definitieve uitspraak volgt pas als de Commissie het beroep behandeld heeft in de reguliere procedure.