Introductie

De medezeggenschap van het personeel in het primair onderwijs (po) is via de wet en cao voor het grootste gedeelte ondergebracht bij het personeelsdeel van de (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad (P(G)MR). Maar, over een aantal onderwerpen moet het decentraal georganiseerd overleg (DGO) overleggen. Het DGO is het overleg van het schoolbestuur met de vakorganisaties. Als uit het DGO een geschil ontstaat, dan kunnen partijen dit geschil voorleggen aan de Commissie voor Geschillen DGO. Dit kan alleen als de school bij deze Commissie is aangesloten.

Op andere medezeggenschapsgeschillen is de Wet medezeggenschap op scholen (Wms) van toepassing. Deze geschillen kunnen partijen voorleggen aan de Landelijke Commissie voor Geschillen WMS. 

In het DGO overleggen het schoolbestuur en de vakorganisaties (op basis van artikel 13.2 van de cao po) in ieder geval over de volgende onderwerpen: 

  • de rechtspositionele gevolgen van reorganisaties, waaronder ook de opheffing van de instelling; 
  • de meerjarenbegroting/het meerjarenformatiebeleid (artikel 2.1 van de cao po), als de GMR niet aanwezig is of de PGMR op grond van het GMR-reglement geen instemmingsbevoegdheid heeft bij de beoordeling van de meerjarenbegroting/het meerjarenformatiebeleid. 

Na overleg mogen zowel de werkgever als het personeelsdeel van de (G)MR de volgende onderwerpen laten bespreken in het DGO:  

  • het beleid met betrekking tot incidentele beloningsvormen (artikel 6.15 van de cao po); 
  • de personele gevolgen van de instelling of wijziging van een bovenschoolse directiestructuur.

1. Een zaak indienen

De verzoeker legt het geschil aan de Commissie voor door het online indienen van een zaak. Daarbij geeft de verzoeker aan of het om een verzoek om beoordeling gaat van het geschil of om arbitrage. 

2. Verweer

Nadat de zaak volledig is ingediend vraagt de Commissie de wederpartij om een verweer in te dienen. De wederpartij moet dit verweer binnen 4 weken indienen.  

3. Zitting

De Commissie behandelt de zaak op een zitting in Utrecht. Partijen lichten hier hun standpunt toe en beantwoorden vragen van de Commissie. Partijen kunnen zich bij de zitting laten bijstaan of vertegenwoordigen door een gemachtigde, maar dat is niet verplicht.  

4. Uitspraak

Beide partijen ontvangen een schriftelijk bindend advies - in het geval van beoordeling - of een schriftelijke uitspraak - in het geval van arbitrage - van de Commissie. De uitspraak gebeurt binnen 30 werkdagen na het opstarten van de procedure. Op het moment dat partijen de uitspraak van de Commissie hebben ontvangen, plant de voorzitter van het DGO een vergadering van het overlegorgaan. Tijdens deze vergadering bespreken de aanwezigen de consequenties van de uitspraak van de Commissie.

Vond u deze informatie nuttig?

Deze site wordt beschermd door reCAPTCHA en de Privacyverklaring en de Servicevoorwaarden van Google zijn van toepassing.