Geschillencommissie oogo-jeugdplan
Reglement
Concept 22 augustus 2022, geaccordeerd door VNG, PO-Raad en VO-raad
Preambule
§1 Algemene bepaling
1. Bevoegdheid van de Commissie
§2 Standaardprocedure zaakbehandeling
2. Start van de behandeling – indienen van de zaak
3. Verweerschrift
4. Completering van het zaakdossier
5. Afdoening van de zaak zonder hoorzitting
6. Hoorzitting
7. Gemachtigde, tolk, getuigen en deskundigen
8. Bemiddelingsvoorstel door de Commissie
9. Beraadslaging en oordeel van de Commissie – bekendmaking
10. Einde van de behandeling
§3 Afwijkingen van de standaardprocedure
11. Termijnen
12.Kennelijk oordeel en verzet
13. Wraking en verschoning
14. Aansprakelijkheid en onvoorziene situaties.
Bijlage
Instellingsregeling oogo-jeugdplan
Dit is het Reglement Geschillencommissie oogo-jeugdplan zoals bedoeld in artikel 8 van de Instellingsregeling oogo-jeugdplan (bijlage). Deze Instellingsregeling en het Reglement Zaakbehandeling bij Onderwijsgeschillen zijn integraal deel van dit reglement.
Artikel 1 Bevoegdheid van de Commissie
De Commissie neemt kennis van en doet uitspraak in geschillen die door een samenwerkingsverband of een college op grond van het bepaalde in de Model Procedure oogo-jeugdplan en de daarbij behorende overeenkomst, aan haar worden voorgelegd ter bemiddeling of advisering. Op de behandeling van de zaak zijn de bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.
Artikel 2 - 10.
Artikel 2 Start van de behandeling – indienen van de zaak
- Binnen zes dagen na de bijzondere vergadering, bedoeld in artikel 5 van de Model Procedure oogo-jeugdplan kan een geschil bij de Commissie aanhangig gemaakt worden. De behandeling van de zaak start met de aanmelding van de zaak via Zaaksysteem. Indiening vindt plaats via de webportal van Zaaksysteem, te vinden op www.onderwijsgeschillen.nl. Op de wijze van indiening is van toepassing het ‘Reglement Zaakbehandeling Onderwijsgeschillen’.
- Indien de Commissie van mening is dat bij de indiening van de zaak aanvullende gegevens nodig zijn om de zaak goed te kunnen behandelen, stelt zij de indiener in de gelegenheid de gegevens binnen een door haar te bepalen termijn aan te vullen.
Artikel 3 Verweerschrift
- De verweerder wordt door het secretariaat geïnformeerd over de zaak met de uitnodiging om verweer te voeren.
- De verweerder wordt in de gelegenheid gesteld om binnen 2 weken na de uitnodiging daartoe een verweerschrift in te dienen.
Artikel 4 Completering van het dossier
- Partijen kunnen tot uiterlijk een week voor de zitting nadere stukken indienen die van belang zijn voor de beoordeling van de zaak.
- Ter voorbereiding van de beoordeling van de zaak kan de Commissie of de secretaris aanvullende inlichtingen inwinnen bij partijen en derden.
- Indien tijdens de hoorzitting blijkt dat aanvullende inlichtingen ingewonnen moeten worden ter beoordeling van de zaak, deelt de Commissie tijdens de hoorzitting mee aan partijen op welke manier de behandeling wordt voortgezet.
- De Commissie kan stukken uitsluiten van het dossier, die naar het oordeel van de Commissie niet bijdragen aan een goede beoordeling van de zaak.
Artikel 5 Afdoening van de zaak zonder hoorzitting
In de volgende gevallen eindigt de behandeling van de zaak zonder hoorzitting:
a. indien de Voorzitter een kennelijk oordeel geeft in de zaak.
b. indien de Voorzitter oordeelt dat de Commissie op basis van het dossier tot een goede beoordeling van de zaak kan komen en partijen instemmen met een behandeling van de zaak zonder hoorzitting. In dit geval bepaalt de Commissie zo nodig de data tot wanneer partijen gelegenheid hebben om aanvullende stukken in te voegen in het zaakdossier en de wijze van repliek en dupliek.
Artikel 6 Hoorzitting
- De hoorzitting wordt op locatie van de Commissie gehouden of online via een digitale vergaderomgeving. De hoorzitting is openbaar.
- De hoorzitting vindt uiterlijk 6 weken na completering van het zaakdossier plaats op de door de Commissie vastgestelde datum.
- De Voorzitter heeft de leiding van de zitting. De Voorzitter stelt de partijen in de gelegenheid om de bij de hoorzitting aanwezige deskundigen en getuigen vragen te stellen.
Artikel 7 Gemachtigde, tolk, getuigen en deskundigen
- Een partij kan zich op eigen kosten door een gemachtigde, tolk, getuige en/of deskundige laten bijstaan of vertegenwoordigen. Een gemachtigde die geen advocaat is dient een bewijs van machtiging te overleggen.
- De Commissie hoort getuigen en/of deskundigen die zij zelf oproept of die door partijen zijn aangemeld, indien dit van belang is voor een goede beoordeling van de zaak. Partijen worden geïnformeerd over het tijdstip van horen en de naam en hoedanigheid van getuigen en/of deskundigen.
- De Commissie kan bepalen dat (bepaalde) personen niet welkom zijn bij de zitting in verband met een goede gang van zaken tijdens de hoorzitting.
Artikel 8 Bemiddelingsvoorstel door de Commissie
- Tijdens de hoorzitting of op een in de hoorzitting te bepalen moment na de hoorzitting kan de Commissie een met redenen omkleed bemiddelingsvoorstel doen.
- Partijen dienen binnen 2 weken te reageren op een bemiddelingsvoorstel.
- Indien partijen met het bemiddelingsvoorstel akkoord gaan dan wordt de zaak geacht te zijn ingetrokken.
Artikel 9 Beraadslaging en oordeel van de Commissie - bekendmaking
- De Commissie oordeelt naar redelijkheid en billijkheid en beraadslaagt en oordeelt in besloten vergadering. De Commissie beslist bij meerderheid van stemmen.
- De Commissie grondt haar oordeel uitsluitend op de informatie uit het dossier en op hetgeen ter zitting naar voren is gebracht.
- De bekendmaking van het oordeel aan partijen is binnen 4 weken na de vaststelling van het oordeel. Na de bekendmaking aan partijen wordt het oordeel geanonimiseerd openbaar gemaakt.
- Het oordeel van de Commissie bevat:
a. de namen en vestigingsplaatsen van de partijen en de namen van de gemachtigden;
b. de gronden, waarop de uitspraak berust;
c. de beslissing;
d. de namen van de leden van de Commissie die uitspraak hebben gewezen;
e. de datum.
De uitspraak wordt door de voorzitter en de secretaris ondertekend.
Artikel 10 Einde van de behandeling.
Een geschil eindigt met:
a. het laatste oordeel van de Commissie. De Commissie kan de volgende oordelen geven:
- een oordeel over de ontvankelijkheid van het verzoek;
- een oordeel over het verzoek om advies over de wijze waarop het op overeenstemming gerichte overleg kan worden voortgezet;
- een oordeel over het verzoek om een bindend advies;
- een oordeel over het verzoek om arbitrage.
b. een verklaring van de indiende partij dat de zaak wordt ingetrokken.
Artikel 11- 14
Artikel 11. Termijnen
- De in dit reglement genoemde termijnen kunnen door de Voorzitter worden verkort of verlengd op basis van een met redenen omkleed verzoek van een partij of op basis van een gemotiveerd besluit van de Voorzitter in het kader van een goede zaakbehandeling. Een reden kan in ieder geval zijn gelegen in een spoedeisend belang voor (een van) de partijen.
- De in het reglement genoemde termijnen worden verlengd met de vakantieperiodes van de betrokken school of instelling.
- Het secretariaat informeert partijen over (wijziging van) de gestelde termijnen en tijdstippen.
- In afwijking van de vorige artikelleden, is de verlenging van de termijn voor het indienen van de zaak niet mogelijk.
Artikel 12 Kennelijk oordeel en verzet
- De Voorzitter kan oordelen dat de zaak kennelijk niet-ontvankelijk is, kennelijk gegrond of kennelijk ongegrond. Artikel 9, lid 3 en lid 4, is overeenkomstig van toepassing.
- Een partij kan tegen het kennelijk oordeel van de Voorzitter in verzet komen binnen een termijn van 2 weken nadat dit oordeel bekend is gemaakt.
- De Commissie stelt de partij die in verzet is gegaan in de gelegenheid te worden gehoord, tenzij de Commissie het verzet direct gegrond verklaart.
- Indien de Commissie het verzet niet-ontvankelijk of ongegrond verklaart, blijft het oordeel waartegen verzet was gedaan, in stand.
- Indien de Commissie het verzet gegrond verklaart, vervalt het oordeel waartegen verzet was gedaan en wordt de geschilbehandeling voortgezet in de stand waarin het zich voor het oordeel bevond.
Artikel 13 Wraking en verschoning
- Een lid van de Commissie kan door een partij worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de onpartijdigheid van het commissielid schade zou kunnen lijden. Ook kan op grond van zodanige feiten of omstandigheden een lid van de Commissie zich verschonen.
- Het wrakingsverzoek wordt schriftelijk ingediend zodra de feiten of omstandigheden aan de verzoekende partij bekend zijn geworden. Ter zitting kan het verzoek ook mondeling geschieden.
- Een lid, wiens wraking is verzocht, kan in de wraking berusten.
- Ingeval van een verzoek tot wraking wordt de behandeling van de zaak door de Commissie geschorst onder mededeling aan partijen dat het wrakingsverzoek zo spoedig mogelijk zal worden behandeld door de wrakingskamer van de Stichting Onderwijsgeschillen en dat het onderzoek van de Commissie in de hoofdzaak zal worden voortgezet na en met inachtneming van de beslissing van de wrakingskamer.
- De wrakingskamer beslist zo spoedig mogelijk of het verzoek tot wraking wordt toegestaan.
- Op de behandeling van het wrakingsverzoek is het reglement van de wrakingskamer van toepassing.
- Een partij ontvangt op verzoek een lijst van nevenfuncties van de commissieleden ter zitting.
Artikel 14 Aansprakelijkheid en onvoorziene situaties
- De Commissie, de leden van de Commissie en Onderwijsgeschillen en haar medewerkers, zijn niet aansprakelijk voor de gevolgen van uitspraken en werkzaamheden ter uitvoering van dit reglement.
- In de gevallen waarin dit reglement niet voorziet beslist de Voorzitter.