Introductie

Een werkgever moet in bepaalde gevallen toestemming vragen om een werknemer te kunnen ontslaan. Wanneer een werkgever in het hoger beroepsonderwijs (hbo) de arbeidsovereenkomst met een werknemer wil opzeggen vanwege bedrijfseconomische redenen moet de werkgever hiervoor toestemming vragen aan de Sectorale ontslagcommissie hbo.  

Alle hbo-instellingen zijn automatisch bij deze Commissie aangesloten en kunnen bij deze Commissie terecht.  

1. Zaak indienen

De werkgever vraagt de Commissie om toestemming door het online indienen van een zaak. De werkgever levert hiervoor documenten aan die nodig zijn voor een goede beoordeling van het ontslag, zoals: 

  • de arbeidsovereenkomst; 
  • een omschrijving en onderbouwing van de bedrijfseconomische redenen van het verzoek; 
  • de geldende ontslagcriteria; 
  • indien aanwezig: het Sociaal Plan dat als cao is aangemeld bij de Inspectie SZW; 
  • indien aanwezig: de afvloeiingslijst; 
  • een toelichting waarom juist deze werknemer in aanmerking komt voor ontslag op grond van de regels die van toepassing zijn; 
  • of er sprake is van een opzegverbod;  
  • of er sprake is van een uitwisselbare functie.  

2. Verweer

Nadat het verzoek volledig is ingediend, vraagt de Commissie de werknemer om een verweer in te dienen. De werknemer kan hiervoor documenten aanleveren die nodig zijn voor de beoordeling van het ontslag. Hij dient dit verweer binnen 2 weken in.  

3. Zitting

De Commissie behandelt de zaak op een zitting in Utrecht. Beide partijen kunnen hier hun standpunt toelichten en beantwoorden vragen van de Commissie. Partijen kunnen zich bij de zitting laten bijstaan of vertegenwoordigen door een gemachtigde, maar dat is niet verplicht. Er hoeft geen zitting plaats te vinden als beide partijen hebben aangegeven hier geen behoefte aan te hebben. 

4. Uitspraak

Na de zitting (of na de laatste uitwisseling van stukken) beoordeelt de Commissie het verzoek. Beide partijen ontvangen binnen 3 werkweken na de zitting de schriftelijke uitspraak van de Commissie. Hierin staat het oordeel over het verzoek en de onderbouwing van dit oordeel. 

Als de Commissie de werkgever toestemming verleent om de werknemer te ontslaan, is deze toestemming 4 weken geldig (artikel 7:671a lid 6 BW). Binnen 4 weken kan de werkgever de arbeidsovereenkomst met de werknemer opzeggen vanwege bedrijfseconomische redenen. De opzegtermijn waar de werkgever zich aan moet houden, mag verkort worden met de tijd die de gehele procedure bij de ontslagcommissie heeft gekost (art. 7:672 lid 5 BW). Er moet wel minstens 1 maand opzegtermijn overblijven.  

Als er een conflict is tussen werkgever en werknemer, kan zowel de werkgever als de werknemer hier ook mediation voor aanvragen. De deelnemers zoeken dan samen naar een oplossing voor het conflict en gaan daarvoor met elkaar in gesprek onder begeleiding van een onafhankelijk en neutraal persoon: de mediator.

Vond u deze informatie nuttig?

Deze site wordt beschermd door reCAPTCHA en de Privacyverklaring en de Servicevoorwaarden van Google zijn van toepassing.