Landelijke Commissie voor Geschillen medezeggenschap studenten en ouders MBO

Reglement

Als bedoeld in artikel 9 van de Instellingsregeling van de Commissie, vastgesteld door de Stichting Onderwijsgeschillen.

Artikel 1

In dit reglement wordt verstaan onder:

a. Commissie: de Landelijke Commissie voor Geschillen medezeggenschap MBO als bedoeld in artikel 8a.4.1. van de Wet Educatie en beroepsonderwijs (WEB);
b. Stichting: Stichting Onderwijsgeschillen;
c. Instelling: een instelling als genoemd in artikel 1.1.1. onder b van de WEB
d. Bevoegd gezag: het bestuur van een instelling, bedoeld in artikel 1.1.1. onder w van de WEB;
e. Studentenraad; ouderraad; ondernemingsraad:
de studentenraad als bedoeld in artikel 8a.1.2 lid 1 WEB;
de ouderraad als bedoeld in artikel 8a.1.3. WEB;
de ondernemingsraad als bedoeld in de Wet op de ondernemingsraden
f. secretaris: de ambtelijk (adjunct-) secretaris;
g. voorzitter: de voorzitter van de Commissie als bedoeld in artikel 8a.4.1. lid 1 WEB.
h. secretariaat: het ambtelijk secretariaat van de Stichting en de Commissie.

Artikel 2

De Commissie neemt kennis van geschillen binnen instellingen tussen het bevoegd gezag en de studentenraad, dan wel de ouderraad dan wel de ondernemingsraad dan wel de gezamenlijke vergadering als omschreven in artikel 8a.4.2. jo artikel 8a.1.3 lid 4 en artikel 8a.4.3.lid 6 en artikel 8a.4.5 en artikel 8a1.6 jo artikel 8a.4.5 en artikel 8a.4.6  en artikel 9.1.4. lid 6 WEB.

Artikel 3

  1. Een geschil wordt bij de Commissie aanhangig gemaakt door middel van een verzoekschrift door hetzij het bevoegd gezag, de studentenraad, de ouderraad of de ondernemingsraad.
    Het verzoekschrift bevat:
    a. de namen en adressen van de betrokken partijen
    b. een mededeling van het geschil en het gemotiveerd standpunt van de indiener(s)
    c. als bijlage alle op de zaak betrekking hebbende stukken.
    Indiening vindt plaats via de webportal van Zaaksysteem, te vinden op www.onderwijsgeschillen.nl. Op de wijze van indiening is van toepassing het ‘Reglement Zaakbehandeling Onderwijsgeschillen’. Alle verdere communicatie over de zaak verloopt via Zaaksysteem.
  2. De Commissie bevestigt onverwijld de ontvangst van het verzoekschrift aan de indiener(s) ervan.
  3. Indien de Commissie van mening is dat het verzoekschrift niet voldoet aan het in lid 1 van dit artikel bepaalde, stelt zij de indiener(s) in de gelegenheid de stukken binnen een door haar te bepalen termijn aan te vullen.
  4. Alle aan de Commissie over te leggen stukken dienen in de Nederlandse taal gesteld te zijn.
  5. De datum waarop stukken in zaaksysteem worden geregistreerd, geldt als datum van ontvangst. De secretaris bevestigt de ontvangst van de stukken aan de afzender.
  6. Indien het geschil kennelijk bij een andere commissie moet worden aangebracht, deelt de secretaris dit onverwijld aan de indiener mee en zendt zo mogelijk het verzoekschrift voor behandeling door aan de bevoegde commissie.

Artikel 4

  1. De secretaris nodigt onmiddellijk na de ontvangst van het verzoekschrift de andere partij uit binnen een termijn van vier weken een verweer bij de Commissie via Zaaksysteem in te dienen. Daarbij voegt de verweerder kopieën van de voornaamste op de zaak betrekking hebbende stukken.
  2. De voorzitter kan op een met redenen omkleed verzoek de termijn voor verweer één maal verlengen met ten hoogste vier weken.
  3. Onmiddellijk na ontvangst van het verweer zendt de secretaris bericht hiervan aan de wederpartij.

Artikel 5

Partijen kunnen tot uiterlijk een week voor de zitting nadere stukken indienen, die dienen ter adstructie van het verzoek of verweer.

Artikel 6

  1. Indien de Commissie zich op grond van de ingediende stukken niet bevoegd acht, deelt de secretaris dit met redenen omkleed mee aan partijen.
  2. De voorzitter kan beslissen dat de behandeling van het geschil schriftelijk geschiedt. Tegen deze beslissing kan de indiener en/of de verweerder binnen één week bezwaar maken in welk geval het geschil alsnog mondeling behandeld zal worden.

Artikel 7

Ter voorbereiding van de behandeling van het geschil kunnen door of namens de Commissie bij partijen en anderen via Zaaksysteem alle gewenste inlichtingen worden ingewonnen. Partijen worden hiervan schriftelijk op de hoogte gesteld.

Artikel 8

Indien zich niet een geval voordoet als bedoeld in artikel 6 lid 1 of lid 2 eerste volzin, bepaalt de Commissie op zo kort mogelijke termijn waar en wanneer de mondelinge behandeling van het geschil zal plaatsvinden. Aan partijen wordt daarvan tijdig kennisgegeven met de uitnodiging om ter zitting te verschijnen. De zittingen vinden in Utrecht plaats.

Artikel 9

  1. Een lid van de Commissie, waaronder ook wordt verstaan de voorzitter, kan door ieder der partijen worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de onpartijdigheid van het commissielid schade zou kunnen lijden. Ook kan op grond van zodanige feiten of omstandigheden een lid van de Commissie zich verschonen.
  2. Het wrakingsverzoek wordt schriftelijk ingediend zodra de feiten of omstandigheden aan de verzoekende partij bekend zijn geworden. Ter zitting kan het verzoek ook mondeling geschieden.
  3. Een lid, wiens wraking is verzocht, kan in de wraking berusten.
  4. Ingeval van een verzoek tot wraking wordt de behandeling van de zaak door de Commissie geschorst onder mededeling aan partijen dat het wrakingsverzoek zo spoedig mogelijk zal worden behandeld door de wrakingskamer van de Stichting Onderwijsgeschillen en dat het onderzoek van de Commissie in de hoofdzaak zal worden voortgezet na en met inachtneming van de beslissing van de wrakingskamer.
  5. De wrakingskamer beslist zo spoedig mogelijk of het verzoek tot wraking wordt toegestaan.
  6. Op de behandeling van het wrakingsverzoek is het reglement van de wrakingskamer van toepassing.

Artikel 10

  1. Een partij kan zich ter zitting door een gemachtigde doen bijstaan of vertegenwoordigen.
  2. De Commissie kan van een gemachtigde die geen advocaat is een schriftelijke machtiging verlangen.
  3. Indien de Commissie dat ter beslissing van het geschil nodig acht, kan de Commissie, al dan niet op grond van een daartoe strekkend verzoek van een partij, getuigen en/of deskundigen ter zitting horen. Indien de Commissie van deze bevoegdheid gebruik maakt, deelt de voorzitter dit aan partijen mee.
  4. De Commissie kan op verzoek van een partij aan deze toestaan om op eigen kosten getuigen en/of deskundigen voor te brengen, met dien verstande dat zij de namen van die personen uiterlijk op de vierde dag voor de zitting schriftelijk opgeeft aan de secretaris en aan de wederpartij. De Commissie beslist ter zitting of meegebrachte getuigen worden gehoord.
  5. De Commissie is bevoegd om een van haar leden aan te wijzen om getuigen of deskundigen te horen. In dat geval bepaalt de Commissie tijdstip en plaats van het verhoor en de wijze waarop het verhoor zal geschieden.
  6. De Commissie stelt de partijen in de gelegenheid, de getuigen of deskundige(n) vragen te stellen.

Artikel 11

  1. Het geschil wordt behoudens in het geval als bedoeld in artikel 6 behandeld op een openbare hoorzitting van de Commissie. In bijzondere gevallen kan de Commissie besluiten dat de behandeling van het geschil geheel of gedeeltelijk zal plaatshebben op een zitting met gesloten deuren.
  2. De hoorzitting vindt uiterlijk zes weken na de ontvangst van de relevante stukken plaats.
  3. De Commissie bestaat ter zitting uit drie leden, waaronder de voorzitter of de plaatsvervangend voorzitter, een lid of plaatsvervangend lid benoemd op voordracht van de gezamenlijke bevoegde gezagsorganen van de instellingen en een lid of plaatsvervangend lid benoemd op voordracht van vertegenwoordigers van de studentenraden van de instellingen.
  4. De voorzitter heeft de leiding van de zitting. Hij geeft elk van de partijen de gelegenheid haar standpunt toe te lichten.
  5. Indien voor de sluiting van de zitting blijkt, dat het onderzoek niet volledig is geweest, kan de Commissie bepalen dat de behandeling ter zitting op een door de Commissie te bepalen tijdstip zal worden voortgezet. Daarbij kunnen aan partijen aanwijzingen worden gegeven met betrekking tot het bewijs.
  6. Voordat de behandeling ter zitting wordt gesloten, deelt de voorzitter mede wanneer uitspraak zal worden gedaan.

Artikel 12

Indien de Commissie van oordeel is dat het onderzoek niet volledig is geweest, kan zij het heropenen. De Commissie bepaalt daarbij op welke wijze het onderzoek wordt voortgezet. De secretaris doet zo spoedig mogelijk mededeling daarvan aan partijen

Artikel 13

  1. Tijdens de hoorzitting dan wel onmiddellijk hierna, maar in ieder geval uiterlijk drie weken na het horen van partijen, kan de Commissie, indien deze dit gewenst acht, een met redenen omkleed bemiddelingsvoorstel doen.
  2. De Commissie geeft in dat geval partijen gelegenheid hierop binnen twee weken via Zaaksysteem gemotiveerd te antwoorden. De voorzitter kan deze termijn verlengen.
  3. Gaan beide partijen met dit voorstel akkoord, dan wordt het geschil geacht te zijn ingetrokken.

Artikel 14

  1. De Commissie beraadslaagt en beslist in besloten vergadering in de samenstelling van de hoorzitting. Zij beslist bij meerderheid van stemmen.
  2. De Commissie grondt haar uitspraak uitsluitend op de stukken die voor de zitting zijn overgelegd alsmede op hetgeen ter zitting naar voren is gebracht en, behoudens indien de wederpartij hierdoor wordt benadeeld, op de stukken die ter zitting zijn overgelegd.

Artikel 15

  1. Binnen zes weken na de laatste zitting dan wel na de laatste uitwisseling van stukken doet de Commissie uitspraak.
  2. De uitspraken van de Commissie zijn gedagtekend en houden in:
    a. de namen en vestigingsplaatsen van de partijen en de namen van de gemachtigden,
    b. de gronden, waarop de uitspraak berust,
    c. de beslissing, en
    d. de namen van de leden van de Commissie die uitspraak hebben gewezen.
  3. De uitspraak wordt door de voorzitter en secretaris ondertekend.
  4. De uitspraak wordt via Zaaksysteem gepubliceerd. Daarbij worden partijen  op de mogelijkheid van beroep overeenkomstig artikel 8a.4.4. WEB gewezen.
  5. Indien de Commissie door dwingende omstandigheden niet in staat is geweest binnen de daarvoor gestelde termijn uitspraak te doen, deelt de secretaris dit aan partijen mede en wordt zo spoedig mogelijk uitspraak gedaan.

Artikel 16

  1. In geschillen tussen het bevoegd gezag en de ondernemingsraad oefent de Commissie de bevoegdheden van de bedrijfscommissie uit als bedoeld in artikel 36 WOR
  2. De Commissie beraadslaagt en beslist in besloten vergadering in de samenstelling van de hoorzitting. Zij beslist bij meerderheid van stemmen.
  3. De Commissie tracht een minnelijke schikking tot stand te brengen.
  4. Indien geen minnelijke schikking bereikt wordt, brengt de Commissie binnen zes weken nadat gebleken is dat een minnelijke schikking niet bereikt is, aan partijen verslag uit van haar bevindingen met een advies omtrent de oplossing van het geschil.

Artikel 17

  1. Indien een geschil een versnelde behandeling door de Commissie vereist, kan de voorzitter, op schriftelijk verzoek van de partij(en) die het geschil bij de Commissie heeft (hebben) aangebracht, besluiten het geschil versneld te behandelen en het bepaalde in de artikelen 3 en 4 geheel of gedeeltelijk buiten toepassing te laten.
  2. De voorzitter bepaalt alsdan zo spoedig mogelijk de plaats waar en de dag en het uur waarop het geschil mondeling zal worden behandeld en doet daarvan onverwijld mededeling aan partijen.
  3. Blijkt de Commissie bij de mondelinge behandeling dat het geschil niet voldoende spoedeisend is om een versnelde behandeling te rechtvaardigen, of dat een versnelde behandeling van het geschil een onevenredig nadeel met zich mee zou brengen in verhouding tot de daarmee te dienen belangen, dan bepaalt de Commissie dat aan het bepaalde in de artikelen 3 en 4 alsnog onverkort toepassing wordt gegeven.
  4. De Commissie doet in geschillen die een spoedeisend karakter hebben zo spoedig mogelijk doch uiterlijk twee weken na de mondelinge behandeling uitspraak.

Artikel 18

  1. De verzoeker kan via Zaaksysteem of mondeling ter zitting aan de Commissie mededelen dat het geschil wordt ingetrokken.
  2. Een geschil eindigt door:
    a. een door partijen aanvaard bemiddelingsvoorstel;
    b. een uitspraak dan wel, voor zover het een geschil met de ondernemingsraad betreft, een verslag en advies aan partijen;
    c. intrekking van het geschil. Indien reeds verweer is gevoerd, overeenkomstig het bepaalde in artikel 4, kan het geschil slechts worden ingetrokken met instemming van de Commissie, gehoord de wederpartij.

Artikel 19

Indien door dwingende omstandigheden de Commissie niet in staat is geweest binnen de daarvoor gestelde termijn zitting te houden of uitspraak te doen, deelt de secretaris dit na overleg met de voorzitter aan partijen mede en wordt zo spoedig mogelijk een hoorzitting belegd of uitspraak gedaan.

Artikel 20

  1. Alle op de zaak betrekking hebbende stukken dienen ter vertrouwelijke kennisneming van de Commissie. Anderen dan de partijen en hun gemachtigden en adviseurs mogen vanwege de Commissie deze stukken niet inzien of hiervan kopieën of uittreksels maken.
  2. De leden van de Commissie en de secretaris zullen al hetgeen zij in verband met een geschil vernemen als vertrouwelijk beschouwen.

Artikel 21

De Commissie, de leden van de Commissie en het secretariaat, zijn niet aansprakelijk voor de gevolgen van de uitspraken en werkzaamheden.

Artikel 22

Het reglement en de uitspraken en adviezen van de Commissie worden in geanonimiseerde vorm gepubliceerd op de website van de Stichting: www.onderwijsgeschillen.nl

Artikel 23

Op verzoek van één of meer partijen wordt een lijst van nevenfuncties van commissieleden toegezonden.

Artikel 24

  1. Een voorstel tot wijziging van dit reglement kan bij de secretaris worden ingediend door:
    a. een commissielid;
    b. de Stichting Onderwijsgeschillen
    c. de MBO Raad en/of JOB

Artikel 25

In gevallen waarin dit reglement niet voorziet beslist de voorzitter, de overige leden van de Commissie gehoord.

Dit reglement is door de Commissie vastgesteld op 17 maart 2011 en is op 1 maart 2011 in werking getreden en aangepast op 30 oktober 2015, 1 januari 2017, 2 september 2019, 1 augustus 2020 en 1 november 2021
De laatste wijziging op 1 november 2021 houdt verband met de inwerkingtreding van Zaaksysteem.

Dit reglement is door de Commissie vastgesteld op 17 maart 2011 en is op 1 maart 2011 in werking getreden en aangepast op 30 oktober 2015, 1 januari 2017, 2 september 2019, 1 augustus 2020 en 1 november 2021
De laatste wijziging op 1 november 2021 houdt verband met de inwerkingtreding van Zaaksysteem.

Downloads