Thema: Richtinggevende uitspraken van de LCG WMS

De uitspraken van de Landelijke Commissie voor Geschillen WMS kunnen voor de toepassing van de Wms en de uitvoering van de medezeggenschap op scholen van richtinggevend belang zijn.
Hieronder volgt een overzicht van deze meer algemene dan wel principiële lijnen in de uitspraken van de Commissie.

  1. De conclusie van het bevoegd gezag dat de school niet zelfstandig kan voortbestaan is begrijpelijk.
    Het door de MR gewenste fusietraject is niet haalbaar gebleken. Het bevoegd gezag heeft voldoende gemotiveerd dat er voldoende ruimte voor openbaar onderwijs in de regio blijft.
    10 februari 2021, 109550
  2. Het verzoek van het bevoegd gezag het besluit tot fusie te mogen nemen is niet nodig omdat dat besluit al rechtsgeldig is genomen.
    Invoeren van Montessorionderwijs is geen wijziging van de grondslag van de school.
    9 december 2021, 18415
  3. Het voorgenomen besluit gaat over samenwerking van het bevoegd gezag met drie andere onderwijspartijen in de Raad van Inbesteders. Dit is een besluit over duurzame samenwerking met andere onderwijsinstellingen. Daarom is de GMR instemmingsbevoegd. 
    19 december 2019, 108929 
  4. Als de MR in het kader van zijn initiatiefrecht een alternatief voor de voorgestelde fusie voorlegt, dan moet het bevoegd gezag daarover ten minste één keer met de MR overleggen (artikel 6 lid 2 Wms).
    1 mei 2017, 107558
  5. Het belang van de schoolgemeenschap bij het openhouden van de enige school in het dorp is van gewicht bij de beoordeling van een voorgenomen fusie. 
    19 februari 2015, 106275 
  6. De gevolgen van een fusie moeten inzichtelijk zijn bij het vragen van instemming.
    Het bevoegd gezag wenste het eerste jaar te gebruiken om aan de fusie invulling te geven. Vanwege de onzekerheid over de mogelijke gevolgen van de fusie heeft het bevoegd gezag onvoldoende invulling gegeven aan zijn uit artikel 8 Wms voortvloeiende verplichting om de MR voldoende informatie te verschaffen die hij voor de vervulling van zijn taak nodig heeft.
    9 juli 2013, 105783
  7. Fusie-effectrapportage ook verplicht indien goedkeuring van de minister niet vereist is.
    Artikel 64a lid 3 WPO, waarin is aangegeven dat voor iedere institutionele of bestuurlijke fusie een effectrapportage moet worden opgesteld, dient zo uitgelegd te worden dat deze verplichting ook geldt indien geen ministeriële goedkeuring is vereist. Dit betekent dat het bevoegd gezag gehouden is bij het voorgenomen fusiebesluit een fusie-effectrapportage als bedoeld in artikel 64b lid 2 WPO over te leggen. Als de MR niet beschikt over deze wettelijk voorgeschreven fusie-effectrapportage heeft hij onvoldoende inzicht kunnen krijgen in de doelen, effecten en gevolgen van het voorgenomen fusiebesluit zodat de MR in redelijkheid tot onthouding van zijn instemming heeft kunnen komen. ​
    Uitspraak 25 april 2012, 105261
  8. 108811
  9. 107952 (en Beschikking Ondernemingskamer)

  1. De school kent terugloop van het leerlingaantal van 81 leerlingen in 2012 naar 34 leerlingen in het schooljaar 2018-2019, de kwaliteit van het onderwijs staat onder druk en de door de teruggang in leerlingen veroorzaakte financiële druk leveren zwaarwegende omstandigheden als bedoeld in artikel 32 lid 1 Wms op, die de sluiting van de school rechtvaardigen.
    17 juni 2019, 108729
  2. Beleid dat scholen die langer dan drie jaar onder de opheffingsnorm blijven, geen zelfstandig bestaansrecht hebben, is niet onredelijk​.
    Als ook niet aannemelijk is dat het aantal leerlingen voldoende zal groeien kan het bevoegd gezag besluiten om de school - die al zeven jaar onder de opheffingsnorm zit - te sluiten.
    15 april 2014, 106088
  3. Het verzoek aan de gemeenteraad tot opheffing van de openbare school is een besluit met betrekking tot beëindiging van de werkzaamheden van de school.
    Het verzoek van een openbaar schoolbestuur aan de gemeenteraad tot opheffing van de openbare school, is aan te merken als een besluit met betrekking tot de beëindiging van de werkzaamheden van de school, waarvoor de MR adviesrecht heeft.
    10 juni 2013, 105764
  4. De medezeggenschap dient tijdig bij ingrijpende besluiten te worden betrokken (artikel 11 onder c, 12 lid 1 onder a en 13 onder a WMS).
    Het beëindigen van de werkzaamheden van (een deel van) de school is een dermate ingrijpend besluit dat van een bevoegd gezag mag worden verwacht dat ouders en personeel in een zo vroeg mogelijk stadium bij de besluitvorming worden betrokken. Het bevoegd gezag heeft nagelaten de deelraad tijdig te betrekken bij de besluitvorming waar dat zeer wel mogelijk was geweest. Het besluit kon daarom niet in stand blijven. Hetzelfde gold voor de regeling van de gevolgen van de voorgenomen sluiting van de locatie. ​
    29 juli 2011, 105040

  1. Aan het vertrek van de directeur ligt een, ook door het bevoegd gezag erkend, onoverbrugbaar verschil van inzicht over het te voeren beleid ten grondslag.
    Van een vrijwillig vertrek is onder deze omstandigheden geen sprake. De MR had daarom adviesrecht.
    23 december 2021, 18151
  2. Het is niet onjuist dat het bevoegd gezag tot een andere invulling van het rectoraat heeft besloten, nadat een impasse in de benoemingsadviescommissie was ontstaan.
    De bezwaren van de MR gericht op de geschiktheid van een van de te benoemen kandidaten zijn door het bevoegd gezag voldoende gepareerd.
    30 juni 2021, 2080
  3. Het bevoegd gezag heeft de directeur vrijgesteld van werkzaamheden en ervoor gezorgd dat de situatie die niet meer terug te draaien is. Dit leidt tot het vertrek van de directeur. Het bevoegd gezag heeft niet aannemelijk gemaakt dat de directeur zijn functie vrijwillig heeft opgegeven. Daarom is er sprake van een besluit tot ontheffing van de directeur uit zijn functie, waarover de MR adviesrecht heeft. Omdat het ontslag met het vertrek van de directeur feitelijk onomkeerbaar is geworden, kan het besluit in stand blijven.
    13 maart 2020, 109067
  4. De betrokkenheid van de MR bij de totstandkoming van het profiel van de te werven directeur en deelname van twee leden van de MR in de benoemingsadviescommissie, is niet op één lijn te stellen met een juiste en volledige invulling van het wettelijk adviesrecht van de MR.
    22 mei 2019, 108719
  5. Een belangrijk kenmerk van mediation is dat hierop geheimhouding rust. Een voorgenomen ontslag van de directeur kan, gezien deze geheimhoudingsplicht en de contractvrijheid van partijen in mediation, voldoende gemotiveerd zijn door aan te geven dat het ontslag voortvloeit uit de tijdens de mediation gesloten overeenkomst. 
    14 mei 2018, 108079 
  6. De vervanging van een directeur voor acht maanden valt onder het adviesrecht van de (P)MR op grond van artikel 11 lid onder h Wms.
    Voor een zeer kortdurende vervanging van een directeur door een collega binnen de school kan onder omstandigheden geen advies van de MR vereist zijn. Voor een vervanging die voorzien is voor acht maanden en waarschijnlijk langer, is wel advies van de MR vereist.
    2 juli 2015, 106794 
  7. Een adviesaanvraag over de benoeming van een lid van de schoolleiding moet voldoende concrete gegevens bevatten.
    Een adviesaanvraag over de benoeming van een (interim)directeur dient, naast een (algemeen) profiel, de relevante gegevens omtrent de beoogde kandidaat te bevatten, zoals zijn of haar CV en een motivering waarom hij of zij aan het profiel voldoet.
    20 november 2014, 106429
  8. Overplaatsing van de directeur valt onder adviesrecht van de MR ten aanzien van het ontslag van de directeur.
    Evenals bij ontslag, is bij overplaatsing op initiatief van het bevoegd gezag sprake van het vertrek van een lid van de schoolleiding. In een dergelijk geval dient de MR in staat gesteld te worden invulling te geven aan zijn medezeggenschapsrecht om advies te geven over dit vertrek (artikel 11 onder h Wms).
    11 september 2013, 105780
  9. Besluit tot beëindigingsovereenkomst met directeur wegens onoverbrugbaar verschil van visie valt onder adviesrecht MR ten aanzien van het ontslag van de directeur.
    Ieder besluit tot ontheffing van een functionaris uit een directiefunctie valt onder het adviesrecht van de MR (artikel 11 onder h Wms). Het vrijwillig vertrek van de directeur valt er niet onder. Het akkoord van de directeur om een beëindigingsovereenkomst aan te gaan is niet aan te merken als een vrijwillig vertrek op initiatief van de directeur. Aan het vertrek ligt immers een onoverbrugbaar verschil van visie op het te voeren beleid ten grondslag, hetgeen in het licht van de bepalingen van de Wms bij uitstek iets is waarbij de medezeggenschap betrokken hoort te zijn.
    19 augustus 2013, 105768
  10. Beslissing om ontslagverzoek lid schoolleiding te accepteren is niet adviesplichtig.
    Als de schoolleider zelf te kennen heeft gegeven afscheid te willen nemen van de school en benoemd te willen worden als schoolleider op de nieuw op te richten school, is er geen sprake van ontslag in de zin van artikel 11 onder h WMS. ​
    Uitspraak 12 juni 2012, 105346
    Dat geldt ook als de voormalige directeur zelf te kennen heeft gegeven dat zij haar functie op de school niet kan blijven uitoefenen omdat zij zich niet in staat acht leiding te geven aan het naderende fusieproces. Als de wens van de directeur om overgeplaatst te worden is ingegeven door omstandigheden als een naderende fusie, neemt dat niet weg dat het vertrek als directeur van de school een vrijwillig karakter had. ​
    9 november 2012, 105482
  11. Ook adviesrecht als nieuwe directeur al directeur was op andere school van het bevoegd gezag.
    De benoeming van een nieuwe directeur van de school valt onder het adviesrecht van artikel 11 onder h WMS, ook als deze persoon reeds als directeur aan een andere school in dienst was van het bevoegd gezag. ​
    9 november 2012, 105482 
  12. Aanstelling van een boventallig directielid in een vacature van directeur, valt onder het adviesrecht van de MR.
    De noodzaak om een boventallig directielid aan te stellen in een vrijkomende vacature kan geen afbreuk doen aan het in artikel 11 onder h WMS geborgde adviesrecht van de MR. De wet maakt geen onderscheid naar de mate van beleidsvrijheid die het bevoegd gezag bij het nemen van zijn besluit toekomt. Ook als het bevoegd gezag geen beleidsruimte rest, is het voor de MR mogelijk om in zijn advies bijvoorbeeld randvoorwaardelijke zaken te betrekken die van belang kunnen zijn voor de werking van het besluit. ​
    5 november 2010, 104525
  13. Schorsing van de directeur valt niet onder het adviesrecht van de MR; het ontslag valt er wel onder, ook als het bevoegd gezag een geheimhoudingsplicht heeft.
    Het besluit om de directeur te schorsen valt niet onder het adviesrecht ten aanzien van ontslag van de directeur. Maar een formeel ontslagbesluit van het bevoegd gezag valt daar wel onder, ook als het bevoegd gezag stelt dat er sprake was van een vrijwillig karakter van het ontslag en het bevoegd gezag een geheimhoudingsplicht op zich had genomen.
    7 januari 2009, 08.021
  14. Participatie van de MR in de wervings- en selectieprocedure voor de directeur staat niet op gespannen voet met het adviesrecht van de MR t.a.v. de benoeming van de schoolleider
    De participatie van de MR in de selectieprocedure betreft de hele procedure van werving en selectie inclusief de samenstelling van de benoemingsadviescommissie; het adviesrecht van de MR betreft een concreet voorstel van het bevoegd gezag over een te benoemen persoon. Het zijn twee aangelegenheden die niet op één lijn te brengen zijn.
    26 juni 2009, 104176
  15. Benoeming van een conrector tot rector valt onder “aanstelling van de schoolleiding” als bedoeld in artikel 11 onder h WMS
    De benoeming van de rector valt onder de medezeggenschapsaangelegenheid “aanstelling van de schoolleiding”. De conrector was reeds lid van de schoolleiding maar de functie van rector is een wezenlijk andere dan de functie van conrector.
    19 oktober 2009, 104227
  16. De tijdelijke benoeming van een gedetacheerd directeur valt onder het adviesrecht van de MR
    De tekst van de WMS en de parlementaire behandeling geven geen argumenten een constructie op detacheringbasis buiten het bereik van het adviesrecht van de MR te plaatsen.
    19 november 2009, 104268
  17. De MR heeft adviesrecht ten aanzien van het concrete ontslag van de directeur en het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst van de directeur (artikel 11 aanhef en onder h WMS).
    In de geschillen voor de Commissie is een aantal malen het ontslag van de directeur aan de orde geweest. De Commissie heeft uitgesproken dat het adviesrecht van de MR ten aanzien van besluiten tot de aanstelling en het ontslag van de schoolleiding, het concrete besluit tot aanstelling of ontslag van een schoolleider betreft. In artikel 11 onder h WMS ontbreekt immers het woord ‘beleid’ dat in veel andere onderdelen van de artikelen 10 tot en met 14 WMS wel voorkomt. Ook het verzoek van het bevoegd gezag aan de kantonrechter tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst van de schoolleider, valt onder dit adviesrecht van de MR.
    3 juli 2008, 08.011

  1. De GMR heeft altijd adviesrecht ten aanzien van de aanstelling en het ontslag van personeel met managementtaken.
    Artikel 16 lid 2 WMS biedt geen ruimte voor een andere uitleg dan dat het adviesrecht van de GMR ten aanzien van de aanstelling en het ontslag van personeel dat belast is met managementtaken geldt, ook wanneer dit niet voor de meerderheid van de scholen van het bevoegd gezag van belang is.
    30 november 2009, 104240

  1. Uit de aard van een te vragen advies aan de GMR over een ontslag van een bestuurder volgt dat dit vaak in een laat stadium van de besluitvorming zal plaatsvinden.
    Een verplichting voor de Raad van Toezicht (RvT) om op een eerder moment de GMR te raadplegen vindt geen steun in de Wet medezeggenschap op scholen (Wms). Hoewel de besluitvorming ten tijde van het adviesverzoek van de RvT in een vergevorderd stadium was, is de Commissie van oordeel dat gelet op de aard en inhoud van het conflict tussen de bestuurder en de RvT, de GMR tijdig om advies is gevraagd.
    14 juli 2023, 46631
  2. Als de GMR geen gebruik gemaakt heeft van zijn adviesrecht over de benoeming van de bestuurder, heeft hij geen belang meer bij geschillen over het vaststellen van het competentieprofiel van de bestuurder en over het instellen van een sollicitatiecommissie voor het vervullen van deze functie.
    9 april 2018, 108042/108145
  3. 108828

  1. De GMR diende, nadat hij kennisnam van nieuwe competentieprofielen van leden van de Raad van Toezicht (RvT), binnen de geldende termijn een verzoek bij de Commissie in te dienen, maar heeft dat niet gedaan.
    Verschillende nalevingsverzoeken missen grond. De verplichting tot tweejaarlijks overleg tussen de RvT en de GMR wordt bekrachtigd.
    23 september 2021, 2113

  1. De Wms en het geldende medezeggenschapsreglement bevatten geen bepalingen dat de MR adviesrecht heeft over de jaarbegroting. Dat het bevoegd gezag al jaren advies heeft gevraagd, betekent niet dat de MR daar nu recht op heeft. Daarom is het verzoek niet-ontvankelijk.
    19 november 2019, 108866
  2. Het is de verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag om tijdig advies te vragen.
    Het advies van de MR op de (meerjaren)begroting moet van wezenlijke betekenis kunnen zijn (artikel 17 Wms). Dat is niet het geval als het advies pas ver in het begrotingsjaar wordt gevraagd.
    30 september 2014, 106374
  3. Het besluit van het bevoegd gezag om de premie van een aanvullende invaliditeitsregeling voor rekening van de werknemers te laten komen, is aan te merken als een besluit met betrekking tot de aangelegenheid ‘wijziging van de hoofdlijnen van het meerjarig financieel beleid voor de school’, ten aanzien waarvan de MR adviesrecht heeft (artikel 11, lid 1, aanhef en onder b Wms). 
    22 augustus 2016, 107249

  1. Het bevoegd gezag moet voldoende informatie verstrekken over de wijziging van het leerplan, voorafgaand aan het instemmingsverzoek aan de MR. Ook moet het bevoegd gezag voldoende inhoudelijk ingaan op reële vragen van de MR over de gevolgen van de aanpassing van het leerplan.
    De MR heeft reële vragen gesteld over de mogelijke gevolgen de aanpassing van het leerplan voor een breed spectrum van het te geven onderwijs. Deze vragen heeft het bevoegd gezag in onvoldoende mate beantwoord. Mede gelet op de gebrekkige informatievoorziening en onderbouwing van het voorstel heeft de MR in redelijkheid tot het onthouden van instemming aan het voorgenomen besluit tot wijziging van het leerplan kunnen komen.
    30 mei 2023, 45245
  2. Het besluit tot samenvoeging van de klassen 5 en 6 voor een vak kan zulke belangrijke onderwijsinhoudelijke gevolgen hebben, dat het neerkomt op wijziging van het schoolplan waarop de deelraad instemmingsrecht heeft. 
    16 juli 2018, 108261
  3. Wijzigingen van de lessentabel en invoering van een brugklas zijn besluiten tot wijziging van het schoolplan, waarbij de MR instemmingsrecht heeft.
    11 oktober 2017, 107855
  4. Gelet op de verwevenheid van onderwijskundige visie en lessentabel is een voorgenomen besluit tot vaststelling van de lessentabel aan te merken als de vaststelling van ‘het schoolplan dan wel het leerplan of de onderwijs- en examenregeling.’
    10 mei 2016, 107152
  5. De aanschaf van een nieuwe rekenmethode is een wijziging van het schoolplan op grond van artikel 10 onder b Wms.
    Uit de toelichting op de Kwaliteitswet blijkt dat de gehanteerde methoden en ontwikkelingsmaterialen moeten worden opgenomen in het onderwijsprogramma, dat op zijn beurt weer deel uitmaakt van het schoolplan. Een wijziging van een rekenmethode is dus een wijziging van het schoolplan waarvoor instemming van de MR vereist is.
    10 februari 2015, 106563 
    Deze uitspraak van de LCG WMS is vanwege de ontvankelijkheid vernietigd door de Ondernemingskamer. (en Beschikking Ondernemingskamer)
  6. Wijziging van het onderwijsaanbod aan hoogbegaafden is een besluit tot wijziging van het schoolplan​.
    Ontwikkeling van het onderwijs aan hoogbegaafde leerlingen in aparte klassen, dat gericht is  op onderwijskundige vernieuwing, betreft een onderdeel van het onderwijskundig beleid dat opgenomen dient te worden in het schoolplan. Het beëindigen van het project betekent een wijziging van het schoolplan, waarvoor de (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad instemmingsrecht heeft (artikel 10 aanhef en onder b Wms).
    19 juni 2014, 106194

  1. Het bevoegd gezag krijgt vanwege zwaarwegende omstandigheden toestemming het besluit te nemen.
    De in het formatieplan beoogde bezuiniging is te billijken. Het teruglopende leerlingaantal, de stijgende personeelskosten, de dalende inkomsten en het ontbreken van aanvaardbare alternatieven leveren een zwaarwegend belang daartoe op. Daarbij komt dat het belangrijkste argument van de PMR om niet in te stemmen, ligt in het opheffen van een functie, die in verhouding tot de beoogde formatiemaatregelen van beperkt belang is.
    23 december 2022, 36862
  2. De Commissie geeft toestemming om het formatieplan vast te stellen, omdat de argumenten van de PMR voor onthouden van instemming zich richten op toekomstige besluitvorming.
    De argumenten van de PMR om niet in te stemmen met het formatieplan liggen in overwegende mate in de vormgeving van het overleg voor de toekomst. Dit vormt een oneigenlijk argument om niet in te stemmen.
    14 december 2022, 35905
  3. Het bevoegd gezag heeft dragende redenen benoemd waardoor in het voorliggende bestuursformatieplan nog geen sprake is van de door de PGMR gewenste verhouding onderwijspersoneel ten opzichte van het leerlingenaantal. Het krijgt toestemming het besluit te nemen.
    24 december 2021, 16996
  4. De Commissie geeft geen toestemming aan het bevoegd gezag voor het vaststellen van het bestuursformatieplan als niet eerst de onderliggende wijzigingen van het schoolondersteuningsprofiel en het schoolplan met inachtneming van de medezeggenschap zijn doorgevoerd.
    13 november 2017, 107810
  5. Als het bestuursformatieplan dat met instemming van de PGMR is vastgesteld geen ruimte laat voor aanvullende regeling op het niveau van de school, komt de PMR van die school geen instemmingsrecht toe.
    Aan het verzoek van de Commissie om in de plaats van de PMR instemming te verlenen aan een voorgenomen besluit met betrekking tot de samenstelling van de formatie, dat neerkomt op een herhaling van hetgeen voor deze school al op centraal niveau is vastgesteld, is niet-ontvankelijk.
    27 oktober 2015, 106957
  6. De weigering van de PMR in te stemmen met het formatieplan vanwege onvrede met het ongewijzigde taakbeleid, is niet redelijk op grond van artikel 12 lid 1 onder b Wms.
    Als de formatie al jarenlang toegedeeld wordt op basis van hetzelfde systeem en dezelfde uitgangspunten, kan de PMR niet in redelijkheid vanwege het taakbeleid instemming aan het formatieplan onthouden. Onvrede en onduidelijkheid over het taakbeleid dient in overleg over dat onderwerp aan de orde worden gesteld. 
    2 december 2015, 106981
  7. De tijdelijke waarneming van de directiefunctie valt op verschillende gronden onder het adviesrecht van de MR en het instemmingsrecht van de PMR.
    2 juli 2015, 106794
  8. Voordat een formatieplan wordt vastgesteld moet duidelijkheid bestaan over de begroting en het taakbeleid.
    Zonder voorafgaande vaststelling van de hoofdlijnen van financieel beleid en van de taakbelasting van het personeel, zou het verlenen van vervangende instemming met het formatieplan de facto ook vervangende instemming betekenen met de taakverdeling en -belasting.
    15 juli 2014, 106249

  1. Het ondersteuningsplan van een samenwerkingsverband moet voldoende concrete invulling hebben.
    Het ondersteuningsplan is onvoldoende concreet. Het plan bevat slechts zeer algemene procesmatige schetsen van een samenhangend geheel van ondersteuningsvoorzieningen binnen en tussen de scholen. Ook is niet duidelijk wat de voorzieningen van de scholen voor de basisondersteuning zijn. Verder geeft het ondersteuningsplan geen inzicht in de beoogde en bereikte kwalitatieve en kwantitatieve resultaten van het onderwijs aan leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben en de daarmee samenhangende bekostiging. Evenmin blijkt wanneer en hoe een leerling geplaatst wordt op het speciaal onderwijs of een speciale school voor basisonderwijs en wat de concrete procedure en het beleid met betrekking tot de terugplaatsing of overplaatsing zijn.
    22 december 2020, 109378
  2. Het ondersteuningsplan van het samenwerkingsverband moet voldoende concreet zijn en overlegd zijn met de OPR.
    In het ondersteuningsplan moet staan welke ondersteuning binnen het samenwerkingsverband voorhanden is en waar deze ondersteuning kan worden aangeboden. Ook moet het plan criteria bevatten aan de hand waarvan wordt bepaald welke leerlingen aanspraak kunnen maken op extra ondersteuning. Ook als met schoolbesturen, gemeente en ander betrokkenen al overeenstemming is bereikt, moet open en reëel overleg met de ondersteuningsplanraad worden gevoerd dat van invloed kan zijn op de vaststelling van het plan.
    12 juni 2014, 106185

  1. Meer nadruk op de identiteit van de school is niet altijd wijziging van het beleid ten aanzien van de grondslag van de school.
    Een aanscherping van het beleid ten aanzien van de grondslag van de scholen is aan te merken als een wijziging van het beleid ten aanzien van de grondslag van de school indien deze aanscherping tot gevolg heeft dat op de school aandacht wordt besteed aan elementen van de identiteit waar dat voordien niet het geval was. 
    29 mei 2012, 105291
  2. Wijziging grondslag van de school moet volledig uitgewerkt aan medezeggenschap worden voorgelegd (artikel 13 onder b WMS).
    Een wijziging van de grondslag was een gevolg van een besluit tot fusie. De wijziging was weliswaar geraden, maar niet genoegzaam nader uitgewerkt. Met name de statuten voor de nieuwe instelling ontbraken nog. Het ligt op de weg van het bevoegd gezag om een ingrijpende verandering als wijziging van de grondslag van de school in al zijn facetten uit te werken alvorens de oudergeleding van de MR om instemming te vragen.
    28 maart 2011 inzake 104841
  3. Het verzoek van het bevoegd gezag het besluit tot fusie te mogen nemen is niet nodig omdat dat besluit al rechtsgeldig is genomen.
    Invoeren van Montessorionderwijs is geen wijziging van de grondslag van de school.
    9 december 2021, 18415
  4. 105783

  1. Vaststelling van de onderwijstijd voor verschillende scholen betekent dat sprake is van schooloverstijgend belang. Daarom heeft de oudergeleding van de GMR instemmingsrecht. 
    Het bevoegd gezag krijgt toestemming het besluit te nemen omdat er zwaarwegende omstandigheden zijn, gelegen in te verwachten beter leerrendement, verdergaande afspraken met ondersteunende- en hulporganisaties en onderwijskundige en organisatorische voordelen.
    14 juli 2020, 109340 
  2. Andere groepen mee op schoolkamp is een besluit inzake wijziging van het beleid met betrekking tot activiteiten buiten de voor de school geldende onderwijstijd onder verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag​.
    In overeenstemming met de visie van de Onderwijsinspectie geldt als onderwijstijd op het schoolkamp de tijd die de leerlingen anders op school zouden hebben doorgebracht. De overige tijd van het schoolkamp valt buiten de onderwijstijd en betreft een activiteit die georganiseerd wordt onder verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag. Andere groepen mee op kamp nemen dan gebruikelijk is een wijziging van beleid waarop de oudergelding op grond van artikel 14 lid 1 aanhef en onder b Wms instemmingsrecht heeft.
    12 juni 2014, 106171
  3. Het begrip “onderwijstijd” (artikel 13 onder h WMS)
    Voor het begrip “onderwijstijd” gelden de criteria ter voldoening van de urennorm in het VO. De Commissie sluit voor het begrip “onderwijstijd” aan bij de bewoordingen van de brief van de minister en de staatssecretaris van OCW van 7 september 2006 (TK 2005-2006, 27451, nr. 60): het moet gaan om begeleid onderwijs, het onderwijs moet deel uitmaken van het door de school geplande en voor alle leerlingen van een bepaalde stroom verplichte onderwijsprogramma en het onderwijs moet onder verantwoordelijkheid van een leraar worden verzorgd, die op grond van de wet met die werkzaamheden mag worden belast. Activiteiten die aan die criteria voldoen, kunnen worden gerekend tot de onderwijstijd. 
    23 juni 2009, 104123
  4. 107664
  5. 106715

  1. Een bevoegd gezag dat niet voldoet aan zijn informatieplicht tegenover het medezeggenschapsorgaan, krijgt van de Commissie geen toestemming om zijn besluit te nemen.
    12 december 2017, 107852
  2. Informatieverstrekking aan de MR moet toegankelijk zijn.
    De in artikel 8 lid 1 Wms opgelegde verplichting aan het bevoegd gezag tot het tijdig verstrekken van alle inlichtingen die de MR voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijze nodig heeft, houdt in dat de (financiële) gegevens die als informatie verstrekt worden, toegankelijk moeten zijn.
    4 januari 2013, 105596
  3. MR dient te kunnen beschikken over begroting en jaarverslag op schoolniveau (artikel 8 lid 2 onder a en c WMS).
    Uit de bewoordingen van artikel 8 lid 1 WMS volgt dat een MR zijn taak alleen maar op een zinvolle manier kan uitoefenen als hij tijdig beschikt over voldoende en relevante informatie. Daartoe behoort een begroting op schoolniveau. Ook moet de MR uit het jaarverslag af kunnen leiden wat er op schoolniveau is gebeurd.
    Uitspraak 11.10 d.d. 25 mei 2011 inzake 104902
  4. 108477 (en Beschikking Ondernemingskamer)
  5. 105783
  6. 104527 (en Beschikking Ondernemingskamer)

  1. Een procedure voeren over het achterwege laten van een adviesaanvraag moet door middel van het indienen van een adviesgeschil. Het is niet mogelijk om dit door middel van een nalevingsverzoek te doen. Daarom is het verzoek niet-ontvankelijk.
    23 maart 2022, 15859
    1 juni 2022, 28480
  2. Als ten onrechte geen advies aan de GMR is gevraagd, heeft de GMR de mogelijkheid om een adviesgeschil in te dienen. Het is dan niet mogelijk om over het niet vragen van advies een nalevingsgeschil in te dienen. 
    14 mei 2018, 107943 

  1. Als de medezeggenschapsraad niet tijdig de nietigheid van een instemmingsplichtig het besluit inroept, is sprake van een genomen rechtsgeldig besluit. Het bevoegd gezag hoeft de Commissie dan niet om toestemming te vragen om het besluit te nemen.
    20 februari 2018, 107975 
  2. De Commissie is niet bevoegd een besluit nietig te verklaren; het medezeggenschapsorgaan moet zelf tegenover het bevoegd gezag de nietigheid inroepen als een besluit zonder de vereiste instemming genomen is.
    12 december 2017, 107838 
  3. Als voor de MR de mogelijkheid van het inroepen van de nietigheid van het besluit, gevolgd door het voorleggen van een instemminsgeschil, heeft opengestaan, kan hij geen nalevingsgeschil voorleggen.
    12 december 2017, 107853 
  4. De ingediende instemmingsgeschillen zijn niet-ontvankelijk omdat de OMR heeft nagelaten de nietigheid van de besluiten in te roepen.  
    7 oktober 2019, 108255/108519/108726

  1. De kosten voor advies over de mogelijke sluiting van de school en over een fusie zijn redelijkerwijs noodzakelijk.
    Dat advisering door een deskundige pas aan de orde zou kunnen komen als aan de MR een concreet verzoek (om instemming of advies) is voorgelegd, of als daarover een geschil ontstaat, is in zijn algemeenheid onjuist. Ook zonder dat daadwerkelijk sprake is van een advies- of instemmingsvraag of ander verzoek vanuit het bevoegd gezag, kan er aanleiding zijn voor een MR een deskundige te raadplegen.
    8 november 2023, 50405 (en beschikking Ondernemingskamer)
  2. Kosten rechtsbijstand in een nalevingsgeschil over de kosten van rechtsbijstand, zijn in ieder geval redelijkerwijs noodzakelijke kosten, onafhankelijk van de vraag wie de Commissie in het gelijkstelt. 
    17 februari 2020, 108846
    In deze zaak is beroep ingesteld bij de Ondernemingskamer. De Ondernemingskamer verklaarde de oudergeleding van de MR niet-ontvankelijk, maar gaf wel een overweging ten overvloede over de hoogte van de vergoeding (en Beschikking Ondernemingskamer).
  3. De MR moet goed motiveren dat de kosten voor het raadplegen van deskundigen en het voeren van rechtsgedingen redelijkerwijs noodzakelijk zijn. Tot redelijk noodzakelijke kosten worden ook gerekend de kosten van een nalevingsgeschil over de vergoeding van de kosten van rechtsbijstand. 
    26 februari 2018, 107962 (en Beschikking Ondernemingskamer) en 14 december 2018, 108365 (en Beschikking Ondernemingskamer)
  4. Het bevoegd gezag moet de verdere kosten van de advocaat van de MR betalen als deze kosten redelijkerwijs noodzakelijk zijn en het bevoegd gezag duidelijk weet dat de activiteiten van de advocaat nog niet zijn afgerond en er aanvullende kosten worden gemaakt.
    7 juli 2017, 107696A 
  5. 108866 (en Beschikking Ondernemingskamer)

  1. Als MR niet instemt met fusiebesluit, en bevoegd gezag vraagt pas na vijf maanden vervangende toestemming aan de Commissie, is dat te laat.
    Nadat de MR zijn instemming aan het voorgenomen besluit tot fusie heeft onthouden, hebben verschillende gesprekken plaats gehad tussen de MR en het bevoegd gezag. Dit overleg behelsde alleen maar herhaling van standpunten. Als het bevoegd gezag vijf maanden na het onthouden van instemming een verzoek bij de Commissie indient om het besluit te mogen nemen, is dat te laat. 
    12 juli 2022, 29107
  2. De termijn van zes weken voor het indienen van een adviesgeschil loopt door tijdens de schoolvakanties; de termijn wordt ook niet opgeschort als de MR nog overleg wenst.
    30 oktober 2017, 107894
  3. Bepaling in het medezeggenschapsreglement dat een geschil eerst aan een andere instantie dan de LCG WMS moet worden voorgelegd schort WMS-termijnen niet op.
    Als een medezeggenschapsreglement bepaalt dat een geschil eerst voorgelegd dient te worden aan een adviescommissie lopen de wettelijke termijnen voor indiening van een geschil bij de WMS door. Gelet op het dwingende karakter van de WMS kan slechts in de in de wet genoemde gevallen worden afgeweken van de bepalingen van de WMS. De wet biedt niet de ruimte om in het medezeggenschapsreglement van de termijnen als genoemd in artikel 32 lid 1 WMS af te wijken. ​
    11 april 2012, 105221
  4. De termijn voor het indienen van een adviesgeschil loopt door tijdens de schoolvakanties (artikel 34 lid 2 WMS).
    De termijn van zes weken waarbinnen het medezeggenschapsorgaan wiens advies niet is opgevolgd, een adviesgeschil aan de Commissie voor kan leggen wordt niet opgeschort gedurende de voor de school geldende vakantieperiodes. Overschrijding van de termijn van zes weken leidt tot niet-ontvankelijkheid van het verzoek aan de Commissie. ​
    25 maart 2010, 104437

  1. De verdeling van de arbeidsmarkttoelage over scholen van het bevoegd gezag is te beschouwen als de aangelegenheid genoemd in artikel 12 lid 1 onder g Wms: de vaststelling of wijziging van het beleid met betrekking tot de toekenning van salarissen, toelagen en gratificaties aan het personeel.
    De toekenning betreft vier van de zeven scholen van het bevoegd gezag. Gezien de inhoud van de regeling, die onder meer inhoudt dat verdeling van de toelage per school kan verschillen, is sprak van een onderwerp dat naar zijn aard en inhoud van gemeenschappelijk belang is voor de meerderheid van de scholen van het bevoegd gezag. Daarom dient niet de, in dit geval, PDR maar PMR om instemming gevraagd te worden.
    9 december 2022, 29569
  2. Het bevoegd gezag moet het verzoek binnen zes weken na de onthouding van de instemming door de PMR aan de Commissie voorleggen. Dat is niet gebeurd. Bovendien is het besluit, waarvoor het bevoegd gezag toestemming vraagt om het te mogen nemen, al genomen. Het formatieplan wordt namelijk al uitgevoerd. De PMR heeft geen beroep op de nietigheid van het genomen besluit gedaan.
    Daardoor is sprake van een reeds genomen rechtsgeldig besluit en kan de Commissie geen toestemming meer verlenen aan het bevoegd gezag om het besluit te mogen nemen.
    23 februari 2022, 17821
  3. Het bevoegd gezag  heeft in het verleden afspraken gemaakt over gebruik van het schoolgebouw en, onder voorwaarden, mogelijke terug-levering van dat gebouw. Het ontstaan van de daadwerkelijke verplichting tot terug-levering.
    Dit kan niet worden gekwalificeerd als een besluit in de zin van de Wms. Bovendien kunnen de over en weer verplichtingen tussen een parochie en het bevoegd gezag niet worden gekwalificeerd als duurzame samenwerking in de zin van de Wms.
    19 april 2022, 25543
  4. Er is geen ruimte voor toepassing van een algemeen rechtsbeginsel als de wet in de voorliggende situatie een specifieke bepaling bevat.
    Een nalevingsverzoek over wijziging van het beleid over uitwisseling van informatie tussen bevoegd gezag en ouders is daarom niet-ontvankelijk.
    26 oktober 2021, 10726
  5. Ontbinding van de MR is alleen mogelijk als de Commissie in haar uitspraak aan de MR de verplichting heeft opgelegd handelingen te verrichten of na te laten en de MR een dergelijke verplichting niet nakomt. 
    De Commissie heeft geen uitspraak gedaan waarin aan de MR een verplichting is opgelegd. Daarom kan ontbinding van de MR niet aan de orde zijn.
    19 juni 2020, 109264
  6. Als een school op het moment van indiening van het geschil bij de Commissie reeds was opgeheven, is de OMR blijven voortbestaan voor wat betreft de uitoefening van haar wettelijk recht om als partij op te treden in een geschil dat betrekking heeft op een bijzondere medezeggenschapsbevoegdheid die vóór de datum van sluiting van de school is uitgeoefend. 
    14 december 2018, 108365 
  7. Of een besluit naar zijn aard en inhoud van schooloverstijgend belang is voor alle of de meerderheid van de scholen, is bepalend voor de vraag of het van gemeenschappelijk belang is op grond van artikel 16 lid 1 Wms.​
    Niet of een besluit gaat gelden voor alle scholen of de meerderheid van scholen is bepalend of het van 'gemeenschappelijk belang' is als bedoeld in artikel 16 lid 1 Wms. Bepalend is wel of het besluit naar zijn aard en inhoud van schooloverstijgend belang heeft voor alle scholen of de meerderheid van de scholen van het bevoegd gezag.
    26 oktober 2015, 106913  
  8. Geen ingang bij de LCG WMS voor geschillen van/met een bovenbestuurlijke MR.
    De Wms biedt niet de mogelijkheid om geschillen met de bovenbestuurlijke medezeggenschapsraad aan de LCG WMS voor te leggen.
    2 december 2014, 106553
  9. De verplichting tot het vooraf vragen om advies of instemming betekent niet dat niet eerder overleg met anderen gevoerd kan worden.
    De MR moet om advies worden gevraagd op een tijdstip dat het advies van wezenlijke invloed kan zijn op de besluitvorming. Dit is het geval als er in het proces van de besluitvorming nog geen onomkeerbare stappen zijn gezet en het advies van de MR nog van wezenlijke invloed kan zijn op de besluitvorming. Gebruikelijke voorbereidingshandelingen, zoals het voeren van overleg met anderen, zijn nog niet het voorgenomen besluit.
    15 april 2013, 105633
  10. Geen vervangende instemming van de Commissie als het besluit toch niet zal worden uitgevoerd.
    Instemmingsgeschil over voorgenomen besluiten inzake formatieplan, taakbelasting en wijziging van het leerplan. Het bevoegd gezag heeft ter zitting aangegeven dat het dit voorgenomen besluit niet ten uitvoer zou brengen. In dat geval ontbreekt (proces) belang bij een uitspraak en is het verzoek om vervangende instemming van de Commissie niet ontvankelijk.
    8 augustus 2013, 105777
  11. Het niet opvolgen van een ongevraagd advies kan geen adviesgeschil opleveren.
    Het niet vragen van het vereiste advies aan de deelraad betreft het niet naleven van een verplichting, voortvloeiend uit de Wms. Een vordering tot naleving dient te worden gericht aan de Ondernemingskamer van het gerechtshof te Amsterdam. Een ongevraagd advies als dat van de deelraad kan niet leiden tot een adviesgeschil bij de Commissie.
    21 augustus 2013, 105863
  12. De Commissie is niet bevoegd ter zake van een instemmingsgeschil indien het instemmingsrecht van de MR slechts berust op een mondelinge afspraak tussen bevoegd gezag en MR.
    Het staat partijen weliswaar vrij om een afspraak te maken over het vragen van instemming aan de MR, maar het dwingend karakter van de WMS verzet zich ertegen dat een dergelijke afspraak, die niet in het reglement is geformaliseerd zoals voorgeschreven in artikel 24 lid 2 WMS, tot uitbreiding van de wettelijke bevoegdheid van de Commissie zou leiden. Dit betekent dat een geschil, dat rijst naar aanleiding van deze buitenwettelijke bevoegdheidstoedeling, niet als een instemmingsgeschil aan de Commissie kan worden voorgelegd. 
    29 maart 2012, 105207/105212/105224/105228
  13. Terugtreden MR-leden mag niet leiden tot onmogelijkheid van besluitvorming in de MR.
    Het vertrek van vier personeelsleden uit de MR kan niet tot gevolg hebben dat iedere besluitvorming binnen de MR vanaf dat moment onmogelijk zou zijn geworden, terwijl niet is gebleken dat de desbetreffende leden van de MR dit gevolg hebben beoogd. In deze bijzondere omstandigheden is het besluit van de vier nog actieve ouderleden van de MR om een adviesgeschil aan de melden, als rechtsgeldig genomen.
    9 december 2013, 105970
  14. Na verkregen positief advies intrekken van het voorgenomen besluit is niet gelijk te stellen met het niet volgen van het advies (artikel 12 onder n WMS).
    Het bevoegd gezag is na een positief advies van de MR teruggekomen op een voorgenomen besluit tot nieuwbouw. Dit behoort tot de discretionaire bevoegdheid van het bevoegd gezag en kan niet worden aangemerkt als het niet volgen van het advies. De MR kan daarover dus ook geen adviesgeschil indienen. 
    9 mei 2011, 104821
  15. Het instemmingsrecht van de oudergeleding ten aanzien van de tussenschoolse opvang (artikel 13 onder f WMS).
    Onder het instemmingsrecht van de oudergeleding ten aanzien van de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de tussenschoolse opvang, valt mede de vaststelling of wijziging van de door de ouders te betalen bijdrage voor de tussenschoolse opvang. ​
    29 september 2010, 104610
  16. Medezeggenschapsrechten zijn van dwingend recht.
    De medezeggenschapsrechten van de MR vormen op grond van de WMS dwingend recht. Daarvan kan niet in het algemeen voor de toekomst afstand gedaan worden. Afstand van het recht op instemming of advies kan slechts plaatsvinden in een concreet geval en vereist een uitdrukkelijke en duidelijke verklaring van de MR dat hij in dat concrete geval afziet van zijn recht op instemming of advies.
    13 oktober 2008, 08.019
  17. Ongemotiveerd instemming weigeren is niet redelijk.
    De onthouding van instemming dient gemotiveerd te zijn. De Commissie achtte het niet redelijk dat de PMR een na overleg gewijzigd voorstel afwees met de enkele mededeling dat de meerderheid van de PMR niet instemde. Het ligt op de weg van de PMR om reëel overleg te voeren hetgeen er redelijkerwijze toe had moeten leiden dat de PMR duidelijk aangaf om welke redenen hij niet met het gewijzigde en gemotiveerde voorstel instemde. Omdat dit niet was gebeurd, oordeelde de Commissie dat de PMR niet in redelijkheid tot het onthouden van instemming had kunnen komen. 
    26 juni 2008, 08.013

Deze themapagina is voor het laatst herzien in december 2023.

Vond u deze informatie nuttig?

Deze site wordt beschermd door reCAPTCHA en de Privacyverklaring en de Servicevoorwaarden van Google zijn van toepassing.

Let op, invullen van dit formulier is anoniem. Wij kunnen geen reactie geven.
Heeft u een vraag? Maak dan gebruik van het contactformulier